Deprecated: iconv_set_encoding(): Use of iconv.internal_encoding is deprecated in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/libraries/joomla/string/string.php on line 28

Deprecated: iconv_set_encoding(): Use of iconv.input_encoding is deprecated in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/libraries/joomla/string/string.php on line 29

Deprecated: iconv_set_encoding(): Use of iconv.output_encoding is deprecated in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/libraries/joomla/string/string.php on line 30

Deprecated: preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/libraries/joomla/filter/input.php on line 652

Deprecated: preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/libraries/joomla/filter/input.php on line 654
Toon items op tag: tyfoon http://www.tambuli.nl Tue, 23 Jan 2018 00:21:40 +0000 Joomla! - Open Source Content Management nl-nl Acht maanden na Haiyan http://www.tambuli.nl/achtergronden/maatschappelijk/item/638-acht-maanden-na-haiyan http://www.tambuli.nl/achtergronden/maatschappelijk/item/638-acht-maanden-na-haiyan

1. Ondanks alle problemen blijven kinderen spelen en lachenHet is meer dan acht maanden geleden dat tyfoon Haiyan ongelofelijk zware verwoestingen aanrichtte in de Filipijnen. Honderden lokale en internationale hulporganisaties schoten te hulp. Daaronder ook een tiental Nederlandse organisaties. In dit artikel doen de Filipijnse vertegenwoordigers van het Nederlandse ICCO – die bijna permanent in het getroffen gebied verblijven - verslag van de situatie nu en van de activiteiten die ze sinds november 2013 ondernomen hebben.

Door: Billy de la Rosa en Pedro Rico Cajife III 1)
Foto's: Meindert Kok

2. Hulpverelening Internationale organisaties - UnicefDe verwoestingen veroorzaakt door tyfoon Haiyan (lokale naam Yolanda) waren zo ernstig dat veel van de overlevenden het nog steeds moeilijk hebben om te overleven en hun leven weer opnieuw op te bouwen. Met name de armste sectoren van de samenleving - zoals kleine boeren, landarbeiders en vissers - van wie huizen, bezittingen en bronnen van inkomsten vernield zijn, worstelen nog steeds om er weer bovenop te komen. In de onmiddellijke nasleep van de tyfoon overleefden de slachtoffers mede door de massale hulpacties van internationale organisaties die voedselhulp, tenten, geneesmiddelen en andere belangrijke goederen verstrekten. Die noodhulp werd gevolgd door hulp bij de wederopbouw waarbij zaken zoals boten, visnetten, ander visgerei, pootgoed, zaden, gereedschap en eenvoudige landbouwwerktuigen werden verstrekt. Daarnaast werd contant geld verstrekt en werden programma's opgezet waarbij mensen betaald kregen voor puinruimen en andere werkzaamheden, het zogenaamde cash voor werk programma. Uitgebreide voedselprogramma's liepen tot december 2013 en werden in de daarop volgende maanden afgebouwd.

Politiek opportunisme


De inspanningen van het ministerie van Sociale Zaken en Ontwikkeling, van andere ministeries en lokale overheden op het gebied van voedselhulp, cash voor werk programma's en wederopbouw
kwamen negatief in het nieuws vanwege beschuldigingen van politiek opportunisme. Oorzaak daarvan was dat de selectie van de begunstigden herhaaldelijk werd bepaald op basis van politieke voorkeuren. Verder bleek dat er na zes maanden nog hulpgoederen lagen opgeslagen in de pakhuizen van de gemeente Tacloban. Het presidentiële kantoor voor de wederopbouw, belast met de coördinatie van de hulp, heeft veel moeite om alle plannen voor wederopbouw van de honderden gemeenten die door de orkaan zijn getroffen op elkaar af te stemmen. Het kantoor staat onder leiding van oud-senator Lacson en heeft van president Aquino de taak gekregen om het herstelprogramma van de overheid te coördineren. Lacson moet er voor zorgen dat de 105 miljard peso (1,8 miljard euro) aan hulp, die de regering voor dit doel heeft uitgetrokken, aan het einde van de presidentstermijn in juni 2016 op een goede manier is besteed.

40 meter niet bouwen zone

3. Veel mensen uit armenwijken wonen nog steeds in tentenHet besluit van de president om in een zone van 40 meter van de kust niet te bouwen heeft geleid tot verwarring en blijkt een obstakel voor de wederopbouw. Er worden daarom veel vragen gesteld bij deze richtlijn. Die blijkt gebaseerd op twijfelachtige juridische grondslagen, want er is geen wet die mensen verbiedt om aan de kust binnen 40 meter van het hoogste tij te bouwen. Velen vragen zich af of dit een goede aanpak is, gezien het feit dat er helemaal geen plannen zijn voor hervestiging van diegenen die in die 40 meter zone woonden. Voor het geval er al plannen zouden zijn, zullen die moeilijk uit te voeren zijn, omdat de mensen die er woonden voor hun levensonderhoud grotendeels afhankelijk zijn van de zee.
Mensen twijfelen aan de motieven die aan het beleid ten grondslag liggen. Veel overlevenden vertrouwen de overheid niet en vrezen dat dit beleid de weg effent voor zakenlui om de mooie kuststroken over te nemen, om er resorts neer te zetten en de mensen die er woonden voorgoed te verdrijven.
Veel van de overlevenden in Leyte en Samar wonen nog in tenten, van afval opgetrokken hutjes en andere tijdelijke onderkomens. Heel wat van hen zijn ziek en ontberen voedsel en andere hulp en sociale voorzieningen. In Tacloban wachten de bewoners van twee buurtschappen, die te maken hebben met de "40 meter niet bouwen zone", in een tentenkamp op een plaats voor herhuisvestiging. Maar ze weten nog steeds niet wanneer dat gaat gebeuren en wie in aanmerking komt voor hervestiging in een gebied op 21 kilometer ten noorden van waar ze woonden.

Wederopbouw modus

4. Cooperatie van vrouwen werkt aan wederopbouwDe lokale partnerorganisaties van ICCO, die werkzaam zijn in het getroffen gebied, zijn enkele dagen na de ramp begonnen met het verlenen van noodhulp. In Batad, in het noodoosten van het eiland Panay kregen meer dan 1000 gezinnen in de eerste week voedselhulp en hulp voor eerste levensbehoeften, zoals zeep. Terwijl de landelijke overheid en de grote hulporganisaties vooral hulp verleenden in gebieden die in het middelpunt van de (media) belangstelling stonden, verleenden de ICCO partners vooral hulp in gebieden waar nog niets gebeurde, zoals in Negros, Iloilo, Capiz, Ormoc and Eastern Samar. Daarbij werd zoveel mogelijk samengewerkt met lokale overheden.

Al vroeg in haar hulpprogramma koos ICCO er bewust voor om over te schakelen naar de wederopbouw modus. Hiervoor waren verschillende redenen. Ten eerste waren de overheid en lokale en internationale hulporganisaties al volop bezig met het verstrekken van noodhulp en zij hebben daar een betere infrastructuur voor dan ICCO en haar partnerorganisaties. Ten tweede ligt ons accent in de Filipijnen op het opbouwen en versterken van de lokale gemeenschappen en het vergroten van hun capaciteit om in de eigen levensbehoeften te voorzien. Daarnaast voorzagen wij dat de noodhulp na drie maanden zou worden afgebouwd en dat de getroffen bevolking daarom geholpen moest worden om zo snel mogelijk weer zelfvoorzienend te zijn. Dus weer de mogelijkheid moest hebben om het land te gaan bewerken en te gaan vissen. Tot eind april 2014 hebben ICCO partners de bouw en reparatie van 2000 onderkomens gesteund en aan 150 gezinnen vissersboten, netten en andere benodigdheden verstrekt. Verder werden organische meststoffen, plant- en zaaigoed aan boerengezinnen gegeven, zodat ze weer voedingsgewassen konden verbouwen.

In Batad werden vissers in verschillende dorpen voorzien van gemotoriseerde boten en visnetten. Vrouwen gingen helpen bij het vissen en zorgden voor de verkoop van vis om het gezinsinkomen te vergroten. Zij ontvingen ook een training om vis te roken. Dan blijft de vis langer goed en is de opbrengst groter. Ook is er samen met de vissers gewerkt aan het herstel van beschadigde visgronden en van beschermde visgebieden en zijn kunstmatige koraalriffen aangelegd. De gemeentelijke overheid leverde een bijdrage door het instellen van patrouilles om de visgronden te beschermen tegen illegale commerciële visserij.

Netwerken belangrijk voor hulpverlening

Er waren heel wat uitdagingen bij het verlenen van noodhulp en de wederopbouwactiviteiten. Voedselvoorraden waren moeilijk te krijgen. De voorraden suiker en melkpoeder in het distributiepunt in Iloilo City bleken beperkt te zijn. Gelukkig hadden onze partnerorganisaties in het gebied goede contacten met de leveranciers in de stad en slaagden er daarom in om genoeg aan te schaffen voor de 1000 gezinnen in Batad, waar we onze eerste hulpactie ondernamen. Creativiteit van de partnerorganisaties en het hebben van een uitgebreid netwerk bleek erg handig te zijn in deze noodsituatie. Studenten en werknemers van de Universiteit van de Filipijnen in Iloilo City werden gemobiliseerd om hulpgoederen in te pakken en klaar te maken voor distributie. Het enthousiasme van de jonge studenten, die bereid waren de hele nacht non-stop te werken, stelde ons in staat om de volgende dag al hulpgoederen uit te delen. Onze partnerorganisaties en hun netwerken waren vindingrijk en flexibel en konden met de hele organisatie snel en effectief omschakelen naar het verlenen van hulp.
Bouwmaterialen waren al snel schaars in en in de buurt van het rampgebied. Ze moesten op een gegeven moment zelfs helemaal worden aangevoerd vanuit Manilla en Mindanao. Dat maakte de materialen duurder en zorgde voor aanzienlijke vertraging in de bouwwerkzaamheden.

Bureaucratische belemmeringen

5. Land bezaaid met kokospalmenHet landschap is nog bedekt met omgewaaide kokospalmen, die het lastig maken om de velden op te ruimen, zodat er geploegd, geplant en gezaaid kan worden. De stammen van de palmen zijn niet alleen een probleem voor het weer kunnen bewerken van het land, maar ze vormen ook een voedingsbodem voor ongedierte dat de nog levende palmen kan aantasten. Aan de andere kant kan van de omgewaaide boomstammen timmerhout worden gemaakt, wat de plaatselijke bevolking kan gebruiken om hun huizen te repareren of opnieuw op te bouwen. Het opruimen en gebruiken van de omgewaaide kokospalmen wordt echter bemoeilijkt door wettelijke en bureaucratische belemmeringen. In veel gevallen zijn de palmbomen eigendom van grootgrondbezitters die niet in de streek wonen en pachters hebben geen toestemming om de bomen te verwijderen. Wat betreft het opruimen van brokstukken en puin, inclusief omgewaaide kokospalmen, heeft de overheid niet een duidelijke beleids- of gedragslijn uitgezet. Door deze bureaucratische onduidelijkheid gebeurt er te weinig en komt de landbouwproductie niet snel genoeg op gang. Met als gevolg dat mensen niet in staat zijn zichzelf te voeden en afhankelijk blijven van wat ze krijgen aan hulp.

Landrechten

Landrechten, al een gecompliceerd probleem in de Filipijnen, is een acuut probleem geworden in veel van de door de tyfoon getroffen gebieden. Grootgrondbezitters en gewiekste zakenlui, die al eerder van plan waren bewoners te verdrijven, maken misbruik van de situatie door die plannen nu uit te voeren. Op het eiland Sicogon, nabij de noordoostpunt van het eiland Panay, probeert de Sicogon Eiland Ontwikkelingscorporatie alle 1200 gezinnen van het eiland te verdrijven. Het bedrijf wil het eiland omvormen tot een toeristische bestemming van wereldklasse en vindt dat de bewoners daar dan niets meer te zoeken hebben. Ondanks alle pogingen tot intimidatie, corruptie en het afkopen van de bewoners, verzetten de mensen zich met alle mogelijke middelen omdat ze al vele generaties lang op het eiland wonen. Ze hebben nu een bosreservaat bezet om de overheid te dwingen stappen te nemen om hen te beschermen. De bewoners hebben daarbij steun van drie ICCO partners die deze zaak nationaal en internationaal onder de aandacht hebben gebracht.2)

Economische malaise

Vanaf maart zijn er tekenen van hernieuwde economische activiteit in de door Haiyan verwoeste gebieden. In Tacloban City begint het leven stukje bij beetje weer op gang te komen met het openen van winkelcentra, kruidenierswinkels, drogisterijen, restaurants en hotels. De open markt draait weer en ook de overheidsdiensten en het openbaar vervoer werken weer. Maar de koopkracht van de mensen is nog lang niet terug op het oude niveau.
6. Centrum van TaclobanBanen zijn er maar weinig omdat bedrijven, zoals de lokale Coca-Cola fabriek, hun productie niet hebben hervat. Op het platteland zijn de mogelijkheden om wat te verdienen en het leven weer op te bouwen zo nodig nog beperkter. Ondertussen zijn de prijzen van de eerste levensbehoeften flink gestegen.
Organisaties van de VN en internationale hulporganisaties dragen bij aan de economie in de getroffen gebieden door het afhuren van hotels en het afsluiten van contracten met vervoerders. Daarnaast worden plaatselijke ontwikkelingsorganisaties en werknemers ingehuurd voor hulp- en wederopbouwprojecten. Dit levert in ieder geval tijdelijk een bijdrage aan het economische herstel.

Lange weg naar herstel

Nu het nieuwe regen- en tyfoonseizoen weer begonnen is, is het belangrijk om aandacht te besteden aan de voorbereiding op zware stormen en overstromingen. In dat kader geven partnerorganisaties van ICCO trainingen aan de leiders van de gemeenschappen en hebben ze een voorlichtingsprogramma opgezet voor de bevolking. De lokale raden voor risico reductie worden nieuw leven ingeblazen en worden opgeleid om hun taak zo goed mogelijk uit te voeren. Projecten die worden uitgevoerd zijn het in kaart brengen van risicogebieden, herstel van en het opnieuw aanplanten van mangrovebossen en het opzetten van vroegtijdige waarschuwingssystemen. Het grootste probleem daarbij is steeds weer het gebrek aan financiële middelen van de lokale overheden.

De bevolking in de getroffen gebieden zal niet gemakkelijk over haar trauma's heenkomen. Bij zware regenval en onweer huiveren veel mensen en huilen kinderen van angst. Ze zijn doodsbang dat er een nieuwe tyfoon komt met de kracht van Haiyan. Veel kinderen zijn bang geworden om in zee te zwemmen. In Tacloban is al twee keer een vals alarm geweest over een nieuwe tsunami, wat tot grote paniek leidde.

De bevolking heeft op verschillende manieren haar dankbaarheid uitgesproken voor alle steun die ze kreeg van donoren uit de Filipijnen en uit het buitenland. Deze hulp heeft hen hoop gegeven voor de toekomst. Maar de weg naar volledig herstel zal een hele lange zijn.

1) Billy de la Rosa en Pedro Rico Cajife III vormen samen het ICCO Philippine Haiyan Response Team.
ICCO is de interkerkelijke organisatie voor internationale samenwerking. ICCO werd in 1964 opgericht als Interkerkelijke Coördinatie Commissie Ontwikkelingssamenwerking. Tegenwoordig is het geen commissie meer, maar een zelfstandige organisatie en sinds 1971 een stichting.

2) Zie voor meer informatie: http://www.tambuli.nl/achtergronden/politiek/item/615-tyfoon-haiyan-veroorzaakt-strijd-om-landbezit-in-filipijnen

 

]]>
no-spam@tambuli.nl (Super User) Maatschappelijk Mon, 04 Aug 2014 21:25:14 +0000
Betrek bevolking bij toezicht op besteding hulpgelden http://www.tambuli.nl/achtergronden/maatschappelijk/item/632-betrek-bevolking-bij-toezicht-op-besteding-hulpgelden http://www.tambuli.nl/achtergronden/maatschappelijk/item/632-betrek-bevolking-bij-toezicht-op-besteding-hulpgelden

1. Hulpverlening aan slachtoffers tyfoonNa de enorme humanitaire ramp in de Filipijnen in november 2013, veroorzaakt door tyfoon Haiyan, kwam massale hulpverlening op gang. Landen zeiden honderden miljoenen euro's steun toe en internationale organisaties stroomden toe om hulp te verlenen. Sinds het begin is er kritiek op de besteding van de hulpgelden van de Filipijnse overheid en van de internationale hulporganisaties. Rorie Fajardo, werkzaam in de Filipijnen, gaat in op het gebrek aan transparantie en bepleit een actieve rol van de lokale bevolking bij het bepalen van prioriteiten voor wederopbouw.

Door Rorie Fajardo*

Grote aantallen reclameborden met namen in grote en vetgedrukte letters van sponsors die geld doneerden voor de wederopbouw en hotels, grote woningen en cafés die door hulporganisaties zijn omgevormd tot kantoren. Het zijn twee zaken die mij opvielen tijdens een recent bezoek aan Tacloban, ruim zes maanden nadat tyfoon Haiyan hier op een verschrikkelijke manier huishield.
Niet ver van deze kantoren liggen parkeerplaatsen die vol staan met SUV wagens die door de hulporganisaties worden gebruikt om projecten uit te voeren, vooral op verafgelegen plaatsen. Een lokale journalist, die de tyfoon overleefde, vertelde mij dat het tekenen zijn die erop wijzen dat de hulporganisaties er voor lange tijd zullen blijven.
Hoewel dit goed en veelbelovende klinkt, roept het ook vragen op: Wat is plek en de rol van de lokale gemeenschappen in de hulpverlening? In hoeverre zijn ze betrokken bij het bepalen van waar de fondsen aan Fondswerving overal, ook in de Filipijnen zelfbesteed worden en het beoordelen van de resultaten en de impact ervan? Hoe kunnen mensen, gezien de slechte reputatie van onze overheid, er zeker van zijn dat corruptie en verduistering tot het verleden behoren en dat de hulp nu eindelijk wel terecht komt bij diegenen die het het hardst nodig hebben?

Beperkte rol lokale bevolking

Gesprekken met hier verblijvende journalisten en medewerkers van maatschappelijke organisaties geven een eerste indicatie van wat de problemen zijn. Eén van de observaties is dat de directe uitvoering van projecten door donoren en internationale hulporganisaties plaatsvindt zonder een duidelijke rol voor de lokale bevolking, waarmee garanties ingebouwd zouden kunnen worden voor een adequate en effectieve aanpak van de hulpverlening. Een tweede punt is dat de programma's door de top van de donororganisaties worden vastgesteld en deze lang niet altijd aansluiten op de werkelijke behoeften van de gemeenschappen. Veel getroffen gezinnen vonden bijvoorbeeld dat de noodhulp ten alle tijden onvoldoende was en dat het altijd voorrang had moeten krijgen op hulp voor wederopbouw. In hun ervaring hebben projecten voor wederopbouw geen directe invloed op de verbetering van hun situatie.

Gebrek aan transparantie en verantwoording

Daarnaast is er voor één van de eerste zorgen in de nasleep van Haiyan – een goed systeem om transparantie en publieke verantwoording van de binnenkomende hulpgelden te garanderen – nog steeds geen oplossing gevonden.
"We hebben totaal geen zicht op hoe de Filipijnse overheid en de buitenlandse hulporganisaties het geld voor de slachtoffers van Haiyan hebben besteed. We hebben geen toegang tot gegevens daarover," vertelde een leider van een recent gevormd netwerk van mensen die Haiyan hebben overleefd.

In alle redelijkheid moet richting de hulporganisaties en hun internationale partners worden toegegeven dat de situatie direct na de tyfoon zo alarmerend was dat ze direct aan de slag moesten en dat ze daarbij op zichzelf waren aangewezen. Want de nationale en lokale overheid waren verwikkeld in politiek gekibbel, voortkomend uit een decennia oude rivaliteit tussen de clans van president Aquino en Tacloban burgemeester Alfred Romualdez. (Opmerking Tambuli redactie: De burgemeester van Tacloban is de broer van Imelda Romualdez-Marcos, de vrouw van dictator Marcos. Marcos en de vader van president Aquino, waren al in de jaren zestig politieke tegenstanders. Marcos wordt verantwoordelijk gehouden voor de moord op Aquino Sr., toen die in augustus 1983 na tien jaar ballingschap in de Verenigde Staten weer terugkeerde in de Filipijnen).
Zowel de internationale als de lokale media benadrukken het gebrek aan coördinatie van de Filippijnse overheid bij de hulpverlening na de ramp. Daarbij komen nog de aanhoudende beschuldigingen van corruptie en gebrek aan transparantie over de besteding van de hulpgelden, bestemd voor de slachtoffers van de zware tyfoons die in 2011 en 2012 grote schade aanrichtten in Mindanao.

Donormoeheid

Hulp uit de hele wereldHulporganisaties mogen intern dan wel de uitvoering en besteding van eigen projecten effectief controleren, maar ze hebben goede kansen gemist om antwoord te vinden op de vraag of de hulp tegemoet komt aan de behoeften van de getroffen gemeenschappen. Want ondanks hun bewering dat de betrokkenheid van de slachtoffers de kern vormt van hun aanpak bij de hulpverlening, vooral als het om monitoring en evaluatie gaat, lijken de verslagen uitsluitend geschreven ten behoeve van de interne staf en het management en niet voor het algemene publiek.

Laten we niet vergeten dat de tragedie, veroorzaakt door Haiyan, een enorme hoeveelheid internationale aandacht, solidariteit, medeleven en financiële steun heeft opgeleverd. Veel internationale hulporganisaties konden alleen maar naar de Filipijnen komen vanwege die enorme internationale publieke belangstelling en goedgeefsheid. Het is dus geen verrassing dat diegenen die hulp boden nu vragen stellen over de resultaten en de impact ervan. Het is hetzelfde verhaal als in de maanden na de verwoestende tsunami in de landen rondom Indische Oceaan in 2004.

Internationale hulporganisaties maken zich vaak zorgen over donormoeheid. Maar zonder te overwegen hoe ze beter publieke verantwoording kunnen afleggen over de wijze waarop en hoe effectief de fondsen besteed zijn, gaan ze gewoon weer aan de slag als er ergens anders een andere ramp gebeurt. Daarmee werken ze zichzelf tegen in hun doel om de publieke belangstelling en betrokkenheid vast te houden.
Eigenlijk komen de beste en meest objectieve verslagen en beoordelingen nu van de media. In de Filipijnen zijn het de lokale media die de gevoelens en ervaringen van de mensen in de getroffen gebieden onder de aandacht brengen. Zij zijn het ook die aandacht vestigen op het collectieve falen van de hulporganisaties om het publiek te informeren over wat ze in hun naam doen met de hulpgelden.

Coördinatie verslaglegging

Hulporganisaties praten vaak over het coördineren van inspanningen, maar hoe zit het met het coördineren van verslaglegging rondom impact en effectiviteit van de hulpverlening? Verwachten donoren dat diegenen die getroffen zijn en die geld hebben gegeven alle verschillende (en vaak Engelstalige) rapporten doornemen die door de dozijnen – zo niet honderden – organisaties op hun websites zijn geplaatst? Is er geen betere manier om de belanghebbenden te informeren en de begunstigden erbij te betrekken?

Nieuwe huisvestingDirect na de ramp wilde een consortium van Filipijnse maatschappelijke organisaties een openbaar en door burgers geleid monitoringproject opzetten om bij te houden hoe alle door de internationale gemeenschap toegezegde fondsen, en die van onze eigen regering, zouden worden besteed. Helaas bleek geen van de grote hulporganisaties, waarmee contact werd opgenomen, geïnteresseerd in het initiatief. Alleen de Britse ambassade nam de moeite om te reageren.
In gevallen waar grote en doorlopende publieke giften en internationale steun via internationale hulporganisaties of overheidsinstanties lopen is het belangrijk dat er garanties zijn dat goedbedoelde giften niet worden verspild. En bij Haiyan hebben we collectief gefaald om dit zowel namens de getroffen gemeenschappen als de gevers waar te maken.

Ervaringen met hulpverlening na de tsunami van 2004

Een Indiase programmamedewerkster van een grote Amerikaanse hulporganisatie die actief is in het rampgebied, vertelde over nuttige inzichten uit de tijd dat zij werkte bij een hulporganisatie in India. Ze was toen betrokken bij de hulpverlening na de tsunami in de Indische Oceaan, waarbij alleen al in haar land 10.000 mensen omkwamen. Hun ervaring leerde dat: "Wederopbouw na een ramp die niet wordt uitgevoerd in samenwerking met getroffen gemeenschappen en niet uitgaat van hun kennis en oordeel; waarbij geen sprake is van een stroom van informatie over rechten, beleid en processen; en waarbij geen verantwoording wordt afgelegd vaak misplaatst, ineffectief en onrechtvaardig is."

Ze benadrukt de verantwoordelijkheid van de donororganisaties, om samen met de media, de overheid en de maatschappelijke organisaties een "klimaat te scheppen waar het recht op informatie, participatie en keuzevrijheid en het recht op verantwoording worden gerespecteerd en toegepast. Verder noemde ze drie ingrediënten die, bijna een decennium later, nog heel erg van toepassing zijn op de hulpverlening na tyfoon Haiyan: transparantie, participatie en monitoring door de lokale gemeenschappen. Dit helpt niet alleen om de bevolking hun waardigheid terug te geven, maar geeft hen ook de mogelijkheid om aan te geven welke soort hulp ze nodig hebben. Ze kunnen dan tevens belangrijke spelers worden in het kritische proces van verbeterde nieuwbouw en het opbouwen van beter voorbereide en veerkrachtiger gemeenschappen.

Tacloban Verklaring

Roep om wederopbouwEen positieve ontwikkeling op dit gebied is dat er een aantal initiatieven zijn die inspelen op de noodzaak voor een grotere rol van de bevolking in het monitoren van de bestedingen van de Haiyan fondsen. Zo heeft de Filipijnse overheid 64 donorlanden en zeven internationale hulporganisaties toegang gegeven tot haar Foreign Aid Transparency Hub website (buitenlandse hulp transparantie website). Tijdens de onlangs in Manilla gehouden Azië-Europa vergadering, over risicovermindering bij rampen, werd ook aandacht besteed aan de noodzaak voor daadwerkelijke deelname van burgers bij wederopbouw na rampen, wat uitmondde in de "Tacloban Verklaring". Daarin wordt de noodzaak voor internationale hulpverleners en nationale overheden benadrukt om financiële volgsystemen op te zetten die leiden tot betere verantwoording, evenals het bevorderen van lange termijn partnerschappen met het maatschappelijke middenveld om de weerbaarheid bij rampen te vergroten.
Ook al komt dit laatste initiatief een half jaar naar de ramp veroorzaakt door Haiyan; het is zaak dat de donorgemeenschap deze uitkomst ter harte neemt en nu echt gaat samenwerken met de bevolking, om de veelgestelde vraag te beantwoorden waar alle donaties en beloofde hulp aan zijn besteed.

En nogmaals, zouden we nog steeds moeten vertrouwen op de media voor antwoorden, of moeten we erop kunnen rekenen dat donoren en hulpverleners hier zelf voor zorgen?

* Rorie Fajardo

Rorie Fajardo is programma-manager van het Citizen Action Network for Accountability in Manilla en directeur van het Institute for War and Peace Reporting in de Filipijnen.

Vertaling: Tambuli redactie

]]>
no-spam@tambuli.nl (Super User) Maatschappelijk Wed, 09 Jul 2014 19:56:37 +0000
Voor iedere Filipijnse visser een boot http://www.tambuli.nl/achtergronden/maatschappelijk/item/631-voor-iedere-filipijnse-visser-een-boot http://www.tambuli.nl/achtergronden/maatschappelijk/item/631-voor-iedere-filipijnse-visser-een-boot

1. Voor iedere visser een bootNa de verwoestingen die tyfoon Haiyan in november 2013 aanrichtte was er veel media-aandacht voor de hulp uit het buitenland en het falen van de hulp voor wederopbouw van de Filipijnse overheid. De vele initiatieven die vanuit de Filipijnse bevolking zelf kwamen, vaak direct en concreet, bleven echter onderbelicht. Een voorbeeld daarvan is Ster van Samar, een initiatief om geld te werven voor nieuwe boten voor getroffen vissersgezinnen. Ze zamelden geld in voor meer dan 100 boten waarvan er al 60 zijn afgeleverd.

Door Sixto Carlos
Vertaling: Erniël G. de Boer

Ergens in november 2013 werd een kleine ster geboren die voor hoop zorgde bij de vissers en hun gezinnen in de gebieden die getroffen waren door de verwoestende Haiyan tyfoon. De vissers hoopten dat ze weer snel in staat zouden zijn om naar zee terug te gaan om zo weer te kunnen voorzien in het levensonderhoud van hun gezin en de gemeenschap. Net als een helder licht van hoop voor een verdwaalde zeevaarder, is het een 'gidsende ster' voor een droombeeld: een boot voor elke visser! Ster van Samar is een privé-initiatief van vele individuen in de Filipijnen die zijn aangedaan door de ramp die veroorzaakt werd door superstorm Haiyan.

Vissersboten voor Samar

Boten voor de gemeenschapHet idee ontstond toen één van de initiatiefnemers van Ster van Samar, twee dagen na de orkaan, op de televisie een visser zag die met tranen in zijn ogen voor zijn kapotte vissersboot in het rampgebied stond. De visser zei dat als hij nog een goede boot zou hebben, hij terug de zee op kon gaan om te vissen in plaats van afhankelijk te zijn van noodhulp en giften. Geïnspireerd door de moed, veerkracht en onafhankelijkheid die getoond werd door deze visser, kwamen de initiatiefnemers van de Ster van Samar met het idee om geld in te zamelen, daarmee vissersboten te laten maken en die aan de getroffen vissersgemeenschappen te doneren.
Na advies gevraagd te hebben aan vrienden die betrokken zijn bij Tindog Samar en de Active Citizenship Foundation (ACF) besloten de initiatiefnemers boten van glasvezel te laten maken voor de vissers in de gemeenten Basey, Marabut en Lawaan in het westen en oosten van het eiland Samar.
Tindog Samar (Sta op Samar) en de ACF zijn beide Filipijnse maatschappelijke organisaties die betrokken zijn bij noodhulp activiteiten en wederopbouw in door Haiyan getroffen gebieden. Tindog Samar is een netwerk van mensen uit sociale bewegingen, maatschappelijke organisaties en de kerkelijke sociale actiecentra, die betrokken zijn bij het ​​herstel en de ontwikkeling van Samar. ACF is een stichting die zich inzet voor burgerparticipatie en democratische initiatieven.

Boten van glasvezel

Om een groot aantal houten vissersboten (bancas in het Filipijns) te kunnen bouwen zou er veel duur hout moeten worden aangeschaft of zouden er nog meer bomen in de al uitgeputte bosgebieden gekapt moeten worden. Daarom werd besloten de bancas van glasvezel te laten maken. Bovendien zijn bancas van glasvezel goedkoper en sneller te maken, duurzamer, lichter en wendbaarder dan de houten boten. Voordat de productie van de glasvezel boten startte werd enkele prototypes flink beproefd, wat leidde tot een definitieve en stabiele constructie van de boten.
De initiatiefnemers kozen voor de drie specifieke gemeenten in Samar omdat het kustplaatsen zijn in de Visayas die hard getroffen werden door Haiyan.
Daarnaast behoort Samar, al lang voordat Haiyan insloeg, tot één van de armste regio's in de Filipijnen.

Veel boten nodig

Ster van Samar was aanvankelijk van plan om geld op te halen voor 100 boten. Het is echter de bedoeling om daarna door te gaan, aangezien de behoefte aan boten in de drie gemeenten groot is. Volgens de regering zijn er in het hele door de ramp getroffen gebied tenminste 140.000 nieuwe vissersboten nodig om de boten die verwoest zijn te vervangen. Op dit moment (begin juni 2014), heeft Ster van Samar 60 boten aan vissers in de drie plaatsen gedoneerd en blijven ze nog verder bouwen. Ster van Samar staat open om hun steun, in samenwerking met Tindog Samar en ACF, uit te breiden naar vissersgezinnen in andere steden.

Participatie van vrouwen en ontwikkeling van de gemeenschap

De initiatiefnemers van Ster van Samar hebben afgesproken dat ze gemakkelijke, vooral niet-materiële, voorwaarden zouden stellen aan de ontvangers van de boten. Eén daarvan is dat zij zelf de boot moeten gaan gebruiken en die niet mogen verkopen of verhuren. Een andere voorwaarde is dat ze de bamboe drijvers aan de zijkanten van de boten, die zo kenmerkend zijn voor de bancas, zelf maken. Als het nodig is kunnen ze daarbij hulp krijgen van de botenbouwers. Ze moeten ook een bijeenkomst met de bootbouwers bijwonen om te leren hoe ze de bancas moeten onderhouden en kunnen repareren. Daarnaast moeten de volwassen leden van de begunstigde families deelnemen aan een ​​workshop over duurzame vismethoden. Hiermee worden vismethoden bedoeld die niet destructief zijn voor het leven in de zee en het milieu: dus niet vissen met dynamiet en giftige stoffen om vissen te verdoven en alleen netten gebruiken met mazen die groot genoeg zijn om kleine vissen te sparen. Sponsors kunnen boot naam gevenVerder zijn ze ook verplicht om een ​​seminar bij te wonen over het belang van mangroves en het herplanten ervan. Ster van Samar vindt het bovendien belangrijk dat er tijdens de bijeenkomsten aandacht wordt besteed aan de participatie van vrouwen in het ontwikkelen van de gemeenschap, waaronder deelname aan besluitvormingsprocessen.

Persoonlijk tintje voor donateurs


Iedere donateur of groep van donateurs mag een naam geven aan de boten waarvoor zij het geld hebben opgehaald. Op deze wijze kan een persoonlijke band gelegd worden tussen de donateur(s) en het ontvangende gezin. Dit is ook een praktisch manier om de geschonken boten in het oog te houden en om te volgen wat ermee gebeurt. De boten hebben labels van Tindog Samar en een serienummer dat geregistreerd staat bij de gemeente en het bureau van de visserij. Op dit moment laat Ster van Samar boten maken met een lengte van 5,50 meter (18 foot), hoewel ze eerder ook enkele boten van 4,25 meter (14-foot) hebben gedoneerd.

De donateurs van Ster van Samar bestaan uit individuen, maatschappelijke organisaties, zakelijke instellingen, kerkelijke organisaties en ontwikkelingsorganisaties uit de Filipijnen en uit andere landen. Het is een gevarieerd en bont gezelschap. Sommige hebben één of twee boten geschonken, andere tien of meer.
Fietsen voor leven in AtheneZo is er een Nederlandse duivenhouder die zijn collega duivenhouders door heel Europa gemobiliseerd heeft om een speciale duif te doneren voor een veiling. Met de veiling van de duiven haalden ze zoveel geld op dat ze bijna dertig boten konden doneren. Via Filippijnengroep Nederland legde hij contact met Ster van Samar. Een ander voorbeeld is een Filipijns echtpaar dat de kostbare schilderijen van hun bijzondere en creatieve 10-jarige zoon verkoopt en de opbrengst doneert. En dan is er de gemeenschap van Filipijnse migranten in Griekenland, die druk bezig zijn met inzamelingsacties voor de boten. Ze organiseerden een 'Fietsen voor Leven' toer door Athene, waaraan meer dan honderd Filipijnse en Griekse fietsers deelnamen. De culturele vereniging in de wijk Pandacan, in Manilla, hield een bijzondere collecte voor een Ster van Samar boot tijdens het jaarlijkse 'Earth Day' festival. Zij noemden de boot waar ze geld voor ophaalden: "Hart en Geest van Pandacan."

De kerk draag ook een steentje bijRol van overheid en kerk

In het vissersbotenproject krijgt Ster van Samar hulp van ACF bij het ophalen van fondsen en verzorgt Tindog Samar de sociale voorbereiding in de ontvangende gemeenschappen.
Nadat Ster van Samar de eerste boten had gedoneerd verbond de kerk in Samar zich al snel aan het initiatief door visnetten te verstrekken aan de ontvangers van de boten. Niet lang daarna leverde het Bureau van de Visserij en Zee-producten (onderdeel van het Ministerie van Landbouw) een motor met een vermogen van 5,5 pk voor elke boot die Ster van Samar doneerde. De kleine ster die eind 2013 ontstond ontwikkelde zich dus gelukkig tot een dynamische ster van samenwerking ten behoeve van de vissers van Samar.

Bijdrage aan een duurzame manier van leven

Het project Ster van Samar is een spannend project van bescheiden omvang. Het biedt welvarender mensen de mogelijkheid om vissers en hun families te helpen weer een normaal leven op te bouwen, waarbij ze in hun eigen onderhoud kunnen voorzien en niet meer afhankelijk zijn van hulp. En nog wel op een nieuw en ander niveau; waar de beginselen van solidariteit, gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen en de zorg voor moeder natuur onderdeel zijn geworden van een duurzame manier van leven. Het belooft veel goeds voor de vissersgezinnen in Samar wanneer meer mensen aan boord komen bij de Ster van Samar en zijn partners, om deel uit te gaan maken van deze uitdagende onderneming.

Donaties voor vissersboten kunnen worden gestort op bankrekening NL47 INGB 0004 0757 93 van Filippijnengroep Nederland, onder vermelding van 'Ster van Samar'. Een boot van 5,5 meter kost €350 en bij storting van dat bedrag of een andere grote bijdrage kan ook een naam aan een boot worden gegeven.

Voor meer informatie over het project kunt u contact opnemen met Filippijnengroep Nederland op telefoonnummer 030-2428127 of via fgn.nl@planet.nl

 

]]>
no-spam@tambuli.nl (Super User) Maatschappelijk Wed, 09 Jul 2014 19:53:41 +0000
Hulpverlening in het noorden van Cebu ondermaats http://www.tambuli.nl/themas/natuurgeweld/item/624-hulpverlening-in-het-noorden-van-cebu-ondermaats http://www.tambuli.nl/themas/natuurgeweld/item/624-hulpverlening-in-het-noorden-van-cebu-ondermaats

1. Uitdelen van hulpgoederenIn de media gaat het meestal over de verwoestingen die tyfoon Haiyan in Tacloban en op het eiland Leyte aanrichtte. Andere delen van de Filipijnen werden echter ook zwaar getroffen door de supertyfoon. Een van die gebieden waar we weinig over horen is het noorden van het eiland Cebu en de kleine eilanden die westelijk daarvan liggen. Ubo Pakes en zijn vrouw Leny wonen in Cebu City en trekken regelmatig naar het noorden om er te helpen de nood te lenigen. Hieronder een verslag van Ubo.

Tekst en foto's van Ubo Pakes

2. Uitdelen - georganiseerd en orderlijkSamen met medewerkers van het Women's Resource Center van de Visayas (WRCV) in Cebu City en van verwante organisaties, zijn mijn vrouw Leny Ocasiones en ik een week na de tyfoon met noodhulp naar het noorden van Cebu afgereisd. Dit was een schokkende ervaring. Honderden, misschien wel duizenden mensen stonden langs de weg en vroegen zwijgend, fluisterend en soms schreeuwend om eten en steun. Voor sommige kinderen leek het een spelletje, maar veel ouderen zaten vrij apathisch langs de weg. Er was op dat moment ook een colonne auto's uit Cebu City op weg naar het noorden om voedsel en kleren uit te delen. Het uitdelen gebeurde grotendeels langs de kant van de weg, zonder dat er van veel organisatie sprake was, zodat het recht van de sterkste gold. Veel van dit soort uitdeelacties werden niet of nauwelijks gecoördineerd met organisaties of de bewoners, waardoor niet iedereen datgene kreeg waar men behoefte aan had.
In de gebieden waar wij naar toegingen heeft de vrouwenorganisatie eigen mensen in de gemeenschappen, de "organizers". Zij kennen de mensen en de situatie. Ze weten precies hoeveel families er zijn en wat er nodig is en hadden daar lijsten van gemaakt. Het uitdelen van de spullen ging daarom overal erg gedisciplineerd. Lastig en pijnlijk was het, dat er bijna altijd meer mensen kwamen opdagen dan voorzien en dan moesten we mensen teleurstellen omdat we gewoon niet meer hulpgoederen bij ons hadden.

Bantayan eiland

Wij zijn daarna nog een paar keer op pad geweest en hoe belangrijk coördinatie bij de hulpverlening voor de mensen in het gebied is, bleek uit ons bezoek aan het eiland Doong tussen kerst en oud en nieuw. Doong en het grotere eiland Bantayan liggen op een uur varen ten westen van de noordelijke punt van het eiland Cebu. Beide eilanden hebben zwaar te lijden gehad onder de tyfoon. Op Bantayan is de havenplaats Sta Fe, liggend op de zuidelijke oostpunt, onherkenbaar verwoest en de noordelijke plaats Madridejos is voor 80 procent vernield. Alleen de plaats Bantayan kwam er relatief gezien beter 3. De vernielde markt in Bantayanaf, omdat het aan de westkant van het eiland ligt. De markt was er echter zwaar beschadigd, maar onder de bordjes "Beware of falling objects" ging de handel gewoon door. Op Bantayan wonen ongeveer 175.000 mensen, waarvan er tijdens de tyfoon meer dan 20 omkwamen. Nagenoeg de hele infrastructuur op het eiland is vernield of beschadigd.
Tijdens ons bezoek woonden veel mensen op beide eilanden nog in tenten.

Doong eiland

Van onze "organizers" op Doong, dat 2500 inwoners heeft, hadden we gehoord dat de vrouwen vooral behoefte hadden aan sanitatie kits (maandverband, zeep etc.) en bouwmaterialen. "Alsjeblieft niet nog meer noodles en sardines", hadden we te horen gekregen. Op Doong viel vooral op dat de schade veel meer zichtbaar was dan op het vasteland. Op het vasteland is al het oude ijzer en oude dakmateriaal al verkocht aan de schroothandelaren. De transportkosten naar en op het eiland zijn gewoon te hoog, dus hingen er nog dakplaten en stalen dakspanten in de bomen. De inwoners van Doong verwachtten heel weinig hulp meer van de gemeente en de provincie en ze waren daarom zelf, met de hulp van internationale vrijwilligers, bezig met reparaties en herbouw van hun huizen. De tijdelijke kliniek op het eiland werd bemenst door Duitse vrijwilligers. Iedere school had op het schoolterrein een aantal noodlokaaltjes staan die bedekt waren met tentdoek. Aan de reparatie van de scholen werd gewerkt door Duitse en Canadese vrijwilligers.

Het leven gaat door

4. Spontaan concert in Batteria - DaanbantayanEen andere keer waren we op weg naar Daanbantayan, helemaal in het noorden van Cebu, naar gezinnen in Virgin Beach. De weg er naar toe ging voor een deel door een bos dat me deed denken aan de oorlogsfoto's uit de eerste wereldoorlog. Elke boom was beschadigd. Een beangstigend gezicht. In hetzelfde gebied kwamen we langs een plek waar geknakte bomen een soort van erehaag vormden voor de mensen die op het uitdelen van hulpgoederen stonden te wachten. Van de huizen stond af en toe niet veel meer overeind dan een poort.
Door het maken van foto's kijk ik op een andere manier naar dingen en soms naar mensen, dit helpt mij om alles in perspectief te plaatsen. Toch blijft het me verbazen, want waar je ook komt, hoeveel schade en ellende je ook ziet, er wordt altijd wel gelachen. Dat geldt zeker voor de kinderen, voor wie alle nieuwe dingen en activiteiten ook een aanleiding vormen om te spelen.
Deze houding komt waarschijnlijk voort uit het feit dat mensen accepteren dat dit soort erge dingen nou eenmaal gebeuren. Tyfoon of niet, het leven gaat door. De geiten moeten nog steeds eten en de omgevallen kokospalm voor de school is gewoon een prima wipwap!

In Batteria, Daanbantayan moesten we een keer even wachten op de rest van de groep. Bij het zien van een microfoon gingen mensen spontaan zingen en ontstond er een concert. Ze gingen er helemaal op in, maakten plezier en vergaten even alle toestanden om zich heen.

Geen hulp van de overheid

5. Kinderen tekenen over hun ervaringenIn San Remigio, in het noordwesten van Cebu, hield de vrouwenorganisatie een bijeenkomst voor kinderen om hen te helpen bij het verwerken van hun ervaringen. We dachten een sessie te kunnen doen met ongeveer 50-75 kinderen, maar er bleken er 160 te zijn. Even slikken en dan toch maar improviseren. Gelukkig waren er veel vrijwilligers en hadden we extra materiaal bij ons. Sinds die keer maakt een megafoon deel uit van de standaarduitrusting.

Met de vrijwilligers van de vrouwenorganisatie zijn we op 23 februari voor het laatst in het noorden van Cebu geweest, waar we met hulpgoederen en begeleidingsactiviteiten meer dan 200 families hebben bereikt. Wat opvalt is dat de emotionele en psychische schade bij veel mensen en kinderen nog heel erg groot is. Er stromen veel tranen als ze vertellen over wat ze meemaakten tijdens de storm.
Ook hier hebben de mensen weinig hulp gekregen van de lokale overheden en ze verwachten ook weinig meer. Vaak zijn er wel vertegenwoordigers van de provincie langs geweest om een eerste inventarisatie te maken, maar daarna heeft men niks meer gehoord. Veel mensen wonen nog in tenten of gebruiken het tentdoek als extra laag voor het dak of als luifel voor hun beschadigde woning. In San Remigio deelt een Duitse NGO dakmateriaal uit, maar de rest van het huis moet men zelf bouwen. Veel mensen hebben hier echter geen geld voor en dus liggen tientallen dakplaten te wachten op een nieuwe woning.
6. Volledig vernield schoolgebouwVan veel beschadigde scholen is het puin opgeruimd en zijn klaslokalen zoveel mogelijk in orde gemaakt. De school in Medellin, die ook in de documentaire van KRO's Brandpunt over Cebu werd getoond, is nog net zo beschadigd als vier maanden geleden.
We hebben echter het idee dat het leven langs de provinciale en doorgaande wegen weer redelijk op gang is gekomen. De goede bereikbaarheid heeft er voor gezorgd dat, zowel direct na de tyfoon als ook daarna, de stroom aan hulpgoederen redelijk op gang is gekomen.

Media aandacht in Filipijnen ook verdwenen

Niet alleen kwam veel van de hulp erg laat en was de coördinatie bijzonder slecht, de verhalen over incompetentie en corruptie worden helaas steeds talrijker. Al vrij snel na de tyfoon klaagden international hulporganisaties dat veel van de bunkhouses die gebouwd werden als tijdelijk onderkomen niet aan de internationale standaarden voldeden. Bunkhouses zijn lange gebouwen met kleine wooneenheden of kamers voor 24 gezinnen. Een snel onderzoek van de Filipijnse overheid bracht aan het licht dat de bouwkosten van deze bunkhouses niet te hoog waren, maar dat de gebruikte materialen van inferieure kwaliteit waren. Op dit moment ligt het ministerie van Sociale Zaken en Ontwikkeling (DSWD) opnieuw onder vuur omdat de zakken rijst van 25 kg, die zijn uitgedeeld, slechts 20 kg wegen. Bovendien circuleren er berichten dat aan slachtoffers van de tyfoon 1200 peso betaald zou zijn om gunstige evaluaties te schrijven. Ook via mijn netwerk van internationale organisaties in Leyte en Samar komen veel negatieve verhalen binnen. Voor veel politici lijkt de noodhulp en de enorme tragedie in het gebied een middel om vooral aan zichzelf te denken.

Op TV en in de media is er weinig aandacht meer voor de overlevenden van de tyfoon en de situatie in de getroffen gebieden. Zowel de plaatselijke als de landelijke media besteden aanzienlijk meer aandacht aan de rel rondom de van verkrachting beschuldigde filmster Vhong Navarro, de grootschalige corruptieschandalen rondom Janet Napoles en aan dagelijkse quizzen en showbizz gebeurtenissen, dan aan de gevolgen van de tyfoon en de wederopbouw.

7. Ubo tussen de kinderen

 

]]>
no-spam@tambuli.nl (Super User) Natuurgeweld Sun, 23 Mar 2014 19:32:10 +0000
Stormsurge 8 november 2013, twee maanden later … http://www.tambuli.nl/themas/natuurgeweld/item/623-stormsurge-8-november-2013-twee-maanden-later http://www.tambuli.nl/themas/natuurgeweld/item/623-stormsurge-8-november-2013-twee-maanden-later

1. Het opruimen van het puinTwee maanden nadat tyfoon Haiyan grote schade aanrichtte op de eilanden in het centrale deel van de Filipijnen, bezocht fotografe Yvette Wolterinck begin januari 2014 het eiland Leyte. Hoewel fotograferen haar beroep is beschrijft ze hieronder voor Tambuli wat ze tijdens haar reis tegenkwam en hoe dat haar raakte.

Tekst en foto's: Yvette Wolterinck

De reis naar Leyte begint vandaag, 8 januari 2014. Wat staat me te wachten? In een gebied waar de grootste tyfoon ooit overheen is getrokken. Wat neem ik mee? Is er iets te eten? Is er water? Ik ben op het ergste voorbereid en heb voor alle zekerheid veel water, koekjes en extra accu's voor mijn camera meegenomen, want elektriciteit is er niet. Samen met Helen, die voor een NGO in Manilla werkt, zijn we voor Wereldkinderen op pad gegaan en hebben een aantal dagen op Leyte rondgereden.
De voorbereidingen die ik getroffen had waren puur praktisch. Psychisch was ik niet voorbereid op wat ik zou zien. Ik kon geen zinnen op papier krijgen. Ik zag de restanten van een oorlog, verwoesting, puin, verdriet, lachende gezichten, angst, zeildoeken, tenten, armoede, rook, zooi, machteloosheid en afgebroken bomen, wat eens prachtige weelderige palmbomen moeten zijn geweest.
Er lijkt in de twee maanden na Yolanda (lokale naam voor Haiyan) niets gebeurd te zijn. De elektriciteitsdraden hangen nog steeds als spinnenwebben over de straten, puin ligt op plekken waar ooit huisjes stonden. Een enorm schip is op de kade gesmeten, waarop mensen nu hun huis hebben gemaakt.

Hartverscheurende verhalen

2. Ik zag restanten van een oorlogBij het weeshuis van Wereldkinderen in Tacloban aangekomen, zie ik dat ook dit huis niet gespaard is gebleven. Het dak ligt helemaal vol met blauwe tentdoeken en het speelpaleis voor de allerkleinsten is totaal verwoest. Het water is overal naar binnen gelopen en je ziet de sporen ervan op het meubilair. De spaanplaat laat hier en daar los. De computers zijn gecrasht en de voorraad rijst is onbruikbaar geworden.
De kinderen zelf zijn gered door de bewaker van het huis.
Ik hoor het verhaal van een jongetje dat zich aan een boom kon vasthouden. De boom zat vol met mensen die er in geklommen waren. Hij heeft zijn ouders voorbij zien drijven. Hij huilt iedere dag. Een baby van drie maanden is zijn ouders verloren en is nu alleen met andere weeskinderen in het weeshuis. Het werk van Wereldkinderen is bijzonder te waarderen; zij vangen de nieuwe weeskinderen met veel liefde op.

De verhalen van de mensen die ik op straat sprak, zijn hartverscheurend. Iedereen heeft wel iemand binnen de familie verloren.
Ze waren gewaarschuwd voor een 'stormsurge', maar niemand wist wat dat inhield.
Stormen kennen ze wel; vele ervan hebben ze overleefd. Dat er zes meter hoge golven zouden komen, daar waren ze niet op voorbereid. Het woord 'stormsurge' was niet goed uitgelegd.

Op straat zie ik hier een daar een winkel met 'Yolanda Store'. Omdat de hulpverlening niet altijd even goed gecoördineerd werd, zijn er de mensen die spullen dubbel hebben ontvangen van de noodhulpdiensten of ze hebben spullen gekregen die ze niet echt nodig hadden. Daarom worden uitgedeelde hulpgoederen nu soms in deze winkels verkocht.

Bedrijvigheid

3. Bedrijvigheid - Frame voor een nieuw huisOm me heen zie ik veel lachende gezichten. De mensen zien er verzorgd en opgewekt uit. De enorme positiviteit die de mensen uitstralen valt erg op. Het blijkt dat zij veel steun halen uit de kerk. Hun geloof geeft hen hoop. Dat ze deze tyfoon hebben overleefd geeft hen kracht.
Op straat is veel bedrijvigheid; op de vuilnisbelt wordt gezocht naar bruikbare materialen voor een beschadigde of totaal verwoeste woning. Even verderop wordt gewerkt aan een huis, met houten palen voor een goed nieuw frame. Weer anderen leven hiervan. Ze verkopen hout dat ze van de gebroken palmbomen hebben kunnen afzagen. Palmhout is niet het allerbeste hout, maar de mensen hebben geen geld, dus ze hebben geen keuze.
Van de regering krijgen ze water en rijst. Verder is er nog weinig te zien. Ze hebben behoefte aan elektriciteit, een dak boven hun hoofd en basale dingen als zeep, tandpasta, kleding en handdoeken. Afgaande op hoe het enorme spinnenweb van elektriciteitsdraden eruit ziet, schat ik dat het minimaal een half jaar gaat duren voor dit hersteld is.
Dus geen licht, geen koeling, geen tv, geen radio, geen oplader voor de telefoon. De mensen zijn echter inventief: voor een paar centen kun je je telefoon via zonnepanelen opladen. Een enkeling heeft de luxe van een generator. Omdat het contact met de buitenwereld stroef verloopt, weten ze niet wat er verder speelt. Zo ging er op een gegeven moment een sms rond dat er een nieuwe tyfoon op komst was. Ze wisten niet wat ze moesten geloven. Opnieuw heerste er angst.

Zo groot als Nederland

's Avonds eten wij in één van de weinige restaurants die open zijn en door een eigen generator van stroom wordt voorzien. Een BBQ kip is nu wel iets duurder, namelijk €0,95 voor een groot bord.
's Ochtends ben ik vroeg wakker, beelden gaan door mijn hoofd en ik voel machteloosheid. Er zijn zoveel mensen getroffen. Hoe nu verder? Met groot verlies van kinderen en geliefden, zonder huis, vaak zonder werk, zonder kleding. Het gebied waar de tyfoon huishield is minimaal even groot als Nederland en 14 miljoen mensen zijn getroffen. Het is niet te bevatten. Het verbaast me dat de Filipijnen de schouders eronder zetten en doorgaan. Zo goed en zo kwaad als het gaat bouwen ze hun bestaan weer op, vanaf de basis. Later hoor ik dat er toch veel mensen zijn die het psychisch niet redden. Ze kunnen het grote verlies niet aan, of zijn van angst doorgedraaid.

Die ochtend eten we gekookte rijst met een ei.
We gaan weer op pad met het busje. Van familie tot familie. Van dorp tot dorp. Tacloban, Palo, Tanauan, Tolosa, Burauen, Dagami... of wat er nog van over is.
We zien palmbomen waarvan alleen de stompjes nog overeind staan, was die buiten hangt, scholieren die weer naar school gaan en in tenten zitten, een enkel 'supermarktje' langs de kant van de straat naast een puinhoop. We komen langs massagraven en hier en daar zijn mensen in de berm begraven. Allemaal met dezelfde sterfdatum: 8 november 2013. We rijden langs een grote puinhoop. Het zijn de resten van een ingestort flatgebouw. Een vreselijke kadaverlucht komt me tegemoet en ik besef dat het de geur van dode mensen is. Een van de plekken waar ze de lijken nog niet opgeruimd hebben. Hoe moet het hier vlak na de tyfoon geroken hebben? Ik wil het niet weten.

Schuldgevoel

Niet zover hiervandaan ligt de zee. Ondanks de tropische temperaturen zie ik niemand zwemmen. De mensen zijn bang. Bang voor de zee. Vissers hier hebben een haat-liefde verhouding met de zee. Toch zullen ze de zee weer op moeten. Voorlopig worden grote vissen niet gevangen, omdat ze misschien van de lijken gegeten hebben...

Die avond, in mijn luxe hotel, spoel ik het stof onder een hete douche van me af en voel me schuldig. In gedachten kijk ik naar deze mensen. Het is niet mijn verhaal, maar dat van hen. Ik kan straks terug naar huis. Vergeleken met dit gebied, waar de mensen hun best doen om te overleven, is dat een paradijs. Ik heb voldoende te eten, goede hygiëne, een warme douche, een handdoek om me mee af te drogen, een schone jurk en ik kan kiezen wat ik ga eten. En dan ga ik af en toe ook nog eens op vakantie!

Ormoc

5. Huis voor weeskinderen in OrmocDe reis wordt vervolgd met een bezoek aan de stad Ormoc, die bijna net zo zwaar getroffen is als de plaatsen aan de noord-oostkant van Leyte. Ook hier ontmoeten we families die, zo goed en zo kwaad als het gaat, in de puinhopen van hun huis leven. Het is ongelooflijk dat ze altijd maar blijven lachen, warm en vriendelijk zijn. We worden zelfs uitgenodigd om een hapje mee te eten.
Vervolgens bezoeken we het weeshuis in Ormoc. Het dak vertoont gaten en moet nodig gerepareerd worden om de kinderen een veilig onderkomen te bieden. Zij hebben de pech dat ze buiten alle bestaande regelingen van overheidshulp vallen. Daarom zijn ze volledig afhankelijk van de Katholieke kerk en particuliere giften.
Op dat moment besluit ik het weeshuis in Ormoc te helpen en vraag hen waar ze het meeste behoefte aan hebben.
De 'houseparents' (medewerkers die als ouder voor de kinderen zorgen) hebben het eveneens zwaar, ook hun gezin is getroffen en velen hebben geen huis meer. Ze moeten het zelf zien te rooien; sommigen zonder huis, anderen met een ingestort dak. Reparatie is voor hen in veel gevallen onbetaalbaar.

Nadat wij veilig in een ander gedeelte van de Filipijnen zaten, zagen wij op het nieuws dat het weer dramatisch is op Leyte. Het regent aan een stuk door en 30 procent van de tenten is weggedreven....

Facebook actie

Terug in Nederland begin ik een facebook actie. Het loopt storm. Binnen twee weken heb ik vijf grote dozen vol met kinderkleding, slippers, handdoeken, zeep en tandpasta. Hiermee kunnen veel kinderen geholpen worden. Met de donaties van mensen om me heen kon ik houseparent Genevieve helpen een huis te kopen! Inmiddels is er genoeg op de rekening om een andere familie aan een nieuw huis te helpen! Een nieuw huis kost rond de 600 euro, afhankelijk van de grootte van het huis. Als Nederlander die het goed heeft, vind ik dat ik wat terug moet doen voor de samenleving en dat voelt bijzonder goed! Ik ga ermee door en heb Eyescream for Help in het leven geroepen – 

http://www.eyescreamforhelp.com of http://www.facebook.com/eyescreamforhelp

4. Bedankjes voor iedereen die hielp - Homeless but not hopeless

]]>
no-spam@tambuli.nl (Super User) Natuurgeweld Sun, 23 Mar 2014 19:26:05 +0000
Waar zijn de fondsen voor de wederopbouw? http://www.tambuli.nl/themas/natuurgeweld/item/622-waar-zijn-de-fondsen-voor-de-wederopbouw http://www.tambuli.nl/themas/natuurgeweld/item/622-waar-zijn-de-fondsen-voor-de-wederopbouw

1. Waar blijven de fondsen voor wederopbouwEen toenemend aantal burgemeesters in de Filipijnen vraagt zich af waar de fondsen van de nationale overheid voor de wederopbouw blijven.

Vertaling: Erniël G. de Boer

Het Filipijnse ministerie van Begroting en Management kondigde vorige maand aan dat er al 17,7 miljard peso is vrijgegeven voor de wederopbouw van de door tyfoon Haiyan getroffen gebieden. Tegelijkertijd uitten burgemeesters van verschillende gemeenten hun frustraties over het gebrek aan financiële steun van de nationale overheid. Panfilo Lacson, de presidentiële assistent voor herstel en wederopbouw, gaf echter aan dat slechts elf burgemeesters hun plannen hebben ingediend voor de wederopbouw van door Haiyan getroffen dorpen en steden.

2. Guiuan is grotendeels verwoestIn februari 2014 kondigde het ministerie van Begroting en Management (DBM) aan dat er vanuit de overheid al 17,7 miljard peso is vrijgemaakt voor de wederopbouw. Van de 17,7 miljard peso is 5,7 miljard besteed aan het herstel van de infrastructuur, terwijl 2,2 miljard werd toegewezen aan de bouw van permanente woningen. Het grootste deel van de uitgaven voor infrastructuur ging naar het herstel van het elektriciteitsnetwerk. Bijna een miljard peso werd uitgegeven aan tijdelijke banen voor ontheemde families (het zogenaamde cash voor werk programma), terwijl 1,9 miljard werd besteed aan voedseldistributie. Daarnaast werd één miljard peso uitgetrokken voor het onderwijs en de gezondheidsdiensten en ging er twee miljard peso naar lokale overheidsdiensten. De kosten voor het verstrekken van zaaigoed (rijst en maïs), vissersuitrustingen en landbouwwerktuigen kwamen uit het 2,9 miljoen grote fonds voor herstel van landbouw en visserij in de getroffen gebieden.

Waar zijn de fondsen voor de wederopbouw?

Burgemeesters uit verschillende delen van het land klaagden echter dat ze vanuit de nationale overheid geen hulp krijgen voor hun herstelwerkzaamheden. Twee burgemeesters van gemeenten in het noorden van Cebu, die te maken hebben met zware verwoestingen, stelden bij een openbaar forum de vraag waarom de nationale overheid nog steeds geen steun heeft gegeven voor de wederopbouw in hun gemeenten. Ze uitten hun frustratie over het feit dat de nationale overheid het, in hun ogen, geheel laat afweten wat betreft de hulpverlening en de wederopbouw.
Tijdens een vierdaagse reis naar het rampgebied hoorden de journalisten van de Philippine Daily Inquirer in hun interviews met burgemeesters hierover steeds dezelfde klaagzang.
Burgemeester Christopher "Sheen" Gonzales van Guiuan vertelde dat hij presidentiële assistent Lacson tijdens diens bezoek op 26 januari aansprak over de situatie in zijn gemeente. Hij vertelde Lacson dat de noodlijdende bevolking hem massaal om hulp vroeg: om huizen te bouwen, voor banen en voor andere dingen die van burgemeesters en politici verwacht worden. Hij gaf Lacson een lijst met projecten die voor de gemeente een hoge prioriteit hebben: gemeentelijke gebouwen, gezondheidscentra, openbare gebouwen en scholen. Totaal begrote kosten 164 miljoen peso. Maar hij heeft sindsdien niets meer van Lacson of andere overheidsvertegenwoordigers gehoord of gezien.

Benadering van onderop

Voormalig senator Lacson zegt dat hij voor een "bottom-up" benadering heeft gekozen om het herstel te bespoedigen. Dat doet hij door met de burgemeesters te praten, in plaats van te wachten op de inventarisatie van de benodigde hulp bij wederopbouw door het Bureau van Civiele Bescherming en de verschillende regionale raden voor risicobeperking bij rampen, die niet eerder dan eind maart klaar zal zijn.
"Ik doe een beroep op onze lokale leiders om niet te wachten op de nationale overheid of op de particuliere sector. Ze moeten hard aan het werk om de herstelwerkzaamheden te bespoedigen. Om te beginnen kunnen ze inventariseren wat er nodig is en hun plannen voor wederopbouw bij mij indienen."
Lacson gaf aan dat het voor hem gemakkelijker is om hulp voor wederopbouw, die de lokale overheidsinstellingen nodig hebben, te bespoedigen als zij hun plannen zo snel mogelijk indienen. 3. Burgemeester Tecson of Tanauan City"Maar," zo zegt hij, "tot nu toe hebben slechts 11 burgemeesters hun uitgewerkte plannen om de door tyfoon Haiyan getroffen dorpen en steden te herbouwen ingediend."
Eén van hen is de burgemeester van Tanauan City, die een routekaart voor de wederopbouw heeft uitgewerkt. Voor de uitvoering ervan wacht hij echter niet op de nationale overheid en werkt keihard om zijn plannen voor de stad met 53.000 inwoners alvast in de praktijk te brengen.

Tanauan City, Leyte

Tanauan City ligt op ongeveer 40 kilometer ten zuiden van Tacloban aan de oostkust van Leyte. De stad werd zwaar getroffen, vooral vanwege de metershoge en allesvernietigende tsunami-achtige vloedgolven. Ondanks de nodige voorzorgsmaatregelen vielen er maar liefst 1,376 doden, vooral gezinnen die vlak langs de kust woonden werden getroffen. Burgemeester Tecson, die meer dan 20 jaar in Singapore woonde en werkte voor hij in 2013 terugkeerde, ging vlak na de tyfoon zelf op de motorfiets naar Tacloban om hulp te halen. In zijn wederopbouwplannen gaat hij doortastend te werk. Op basis van zijn contacten en ervaringen mobiliseert hij overheidsdiensten en bedrijven. Zo zorgde hij voor bouwmaterialen waarmee een begin kan worden gemaakt met de bouw van huizen voor 1200 gezinnen. Deze gezinnen woonden langs de kust en worden geherhuisvest op een veiliger plek. Ze krijgen een stuk grond van 36 vierkante meter en volgen een training om zelf te kunnen helpen bij de bouw. Alle woningen krijgen een tweede verdieping en er zullen wegen, riolering drainage en gemeenschapsfaciliteiten worden aangelegd.
Aan het herstel van de 40 scholen wordt hard gewerkt met hulp van Zuid-Koreaanse soldaden.
Tijdens een trip door de gemeente wees Tecson op de uitgestrekte rijstvelden die in mei geoogst kunnen worden, zo rond de tijd dat naar verwachting de verstrekking van de noodhulprantsoenen zullen eindigen. Tecson vertelde dat de FAO en Oxfam 2500 zakken zaaigoed beschikbaar stelden waarmee 2500 hectare rijst is gezaaid.

Marabut, Samar

4. Marabut, totaal vernieldBurgemeester Percival Ortillo Jr. van Marabut, in zuidwest Samar, krabt achter zijn oren wanneer hem gevraagd wordt naar het programma van wederopbouw van de Aquino regering.
"Ik heb in nieuwsberichten gelezen over miljarden peso´s die beschikbaar zijn voor de wederopbouw", zei Ortillo, "maar ik heb er niets van gemerkt."
Ortillo had zijn zaakjes goed voor elkaar en is er in geslaagd om de 18.500 inwoners (ruim 6.000 gezinnen) van Marabut grotendeels te beschermen. Hij heeft ze in veiligheid gebracht door ze te evacueren naar scholen, kerken en twee grotten. Er vielen dertig doden in de totaal verwoeste stad. "Het waren de koppige inwoners die weigerden hun huizen te verlaten," vertelde hij over de slachtoffers.
De burgemeester was de stad uit toen Lacson eind januari een verrassingsbezoek bracht aan Marabut. Maar Ortillo had een rapport van 93 pagina's klaar liggen over de schade en de plannen voor de wederopbouw, met een budget van 729 miljoen peso. Dat is inclusief het herstellen van de infrastructuur en de huisvesting van de overlevenden buiten de vereiste 40-meter vanaf de kustlijn, de zogenaamde 'no-build' zone.
"Dit is alles wat ik nodig heb," vertelde Lacson aan het personeel van het gemeentehuis. Maar de burgemeester heeft tot nu toe niets meer van Lacson gehoord.
Bij gebrek aan actie vanuit de nationale overheid hebben de katholieke liefdadigheidsinstelling Caritas en het Internationale Rode Kruis aangeboden om 300 huizen te bouwen voor gezinnen in Marabut die alles kwijt zijn.

5. Burgemeester Ortillo of MarabutWantrouwen

"Het probleem is dat de overheid de gemeenten niet vertrouwt" meent Ortillo, een 49-jarige advocaat, die voorzitter is van de liga van burgemeesters in westelijk Samar.
Volgens Ortillo heeft Lacson geen zeggenschap over de overheidsfondsen voor wederopbouw. "Lacson gaat een zware tijd tegemoet." zei de burgemeester. Hij vraagt ​​zich af waarom minister Mar Roxas van Binnenlandse Zaken en Lokale Overheden verantwoordelijk is voor de wederopbouw in de gemeenten. "Dat ministerie is niet een uitvoerende instantie, het is een adviesorgaan voor burgemeesters en lokale overheden. Er zijn al drie maanden voorbij. We hebben tot nu toe geen enkele steun gekregen van de nationale overheid. De maatschappelijke organisaties die hebben geholpen bij de eerste fase van hulpverlening zijn nu pas bezig met het uitvoeren van evaluaties voor wederopbouw."
Hij wees erop dat de bevolking van Marabut, van wie de helft afhankelijk is van de opbrengst van de kokosnootbomen en de andere helft van de visserij, geen honger heeft. "Er zijn nog voedseldonaties van de internationale organisaties beschikbaar, maar de overheid moet nu snel komen met een steunprogramma voor herhuisvesting en levensonderhoud." Volgens Ortillo zijn bijna alle huizen in de omgeving vernield of beschadigd. Bovendien verwoestte Haiyan miljoenen kokospalmen en duurt het zeven jaar of meer voordat de nieuw geplante kokospalmen vruchten zullen dragen.

Geen rust voor de vermoeiden

6. Luisten naar radio voor berichten over hulpverleningTerwijl de gemeente Guiuan nog steeds wacht op de hulp die werd toegezegd, zei burgemeester Sheen Gonzales dat hij de laatste resten van de bodem van het vat moet schrapen om aan de behoeften van de bevolking te voldoen. Dit terwijl er de komende maanden meer stormen worden verwacht.
Burgemeester Gonzales heeft veel waardering gekregen van de hulporganisaties, die in zijn district werkzaam zijn, omdat hij op een vernieuwende manier te werk is gegaan. Een voorbeeld daarvan is het opzetten van een radiostation door de Britse organisatie Internews, die vlak na de ramp dagelijks enkele uren uitzond en informatie gaf over plekken en tijden waar noodhulp zou worden uitgedeeld en die oproepen liet horen over mensen die gezocht werden. In de wijken van Guiuan en in de dorpen van de gemeente werden kleine radio's uitgedeeld, zodat de inwoners naar uitzendingen konden luisteren.
Een buitenlandse hulpverlener zei dat hij erg onder de indruk was door de aanpak die in Guiuan werd gehanteerd. Hij vertelde dat de gemeente voor de ramp al goed georganiseerd was en dat ze daar na de ramp veel profijt van hebben gehad. Ze hadden ervoor gezorgd dat ze zwaar materieel hadden klaarstaan, zodat ze gelijk na de storm op een efficiënte manier konden beginnen met het opruimen van het puin. "Toen ik hier zeven dagen later aankwam, vertelde men mij over de voorbereidingen die men had getroffen voordat de tyfoon aan land kwam. Hulpgoederen waren al naar de verschillende wijken en dorpen gebracht en daar op veilige plaatsen opgeslagen. Op sommige plaatsen waren van te voren al hulpgoederen aan de inwoners uitgedeeld."
"Verschillende groepjes vrijwilligers waren belast met zeer specifieke taken die van te voren waren afgesproken. Daardoor konden ze gelijk na de ramp aan de slag, ze wisten wat hen te doen stond."
In Guiuan kregen de vermoeiden geen rust. Sinds tyfoon Haiyan zijn er nog drie stormen geweest, waardoor de overlevenden gedwongen werden om hun tijdelijke onderkomens en opgelapte woningen te verlaten en naar evacuatiecentra te gaan.

Tekortkomingen van de overheid

7. Lacson op persconferentie in MalacanangIn een persconferentie, die vorige maand werd gehouden in het presidentiële paleis Malacañang, erkende Lacson de tekortkomingen van de overheid om te zorgen voor onderdak en herhuisvesting van slachtoffers van de tyfoon. Terwijl de Nationale Huisvestingsautoriteit wel lolaties voor de vestiging van de ontheemden had aangewezen, waren er vanuit de overheid geen fondsen beschikbaar gesteld om mensen aan permanente huisvesting te helpen, zo liet hij weten.
Lacson kondigde een programma aan om grote bedrijven te betrekken bij de inspanningen voor wederopbouw, door een beroep te doen op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid.

* Samengesteld door de Tambuli redactie uit enkele artikelen uit de Philippine Daily Inquirer

]]>
no-spam@tambuli.nl (Super User) Natuurgeweld Sun, 23 Mar 2014 18:44:33 +0000
SHO komt met rapport over besteding hulpgelden Filipijnen http://www.tambuli.nl/themas/natuurgeweld/item/621-sho-komt-met-rapport-over-besteding-hulpgelden-filipijnen http://www.tambuli.nl/themas/natuurgeweld/item/621-sho-komt-met-rapport-over-besteding-hulpgelden-filipijnen

1. SHO logoVan de ruim 36 miljoen euro die de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) hebben opgehaald voor de hulpverlening aan de slachtoffers van tyfoon Haiyan in de Filipijnen is tot nog toe 8,6 miljoen besteed. Dat liet de SHO op 6 maart weten in een verantwoording over de besteding van de hulpgelden. Op die dag kwam een tussenrapportage uit van 36 pagina's, die op de website van de organisatie is in te zien en gedownload kan worden.

Nieuwe dakbedekking

Het rapport is de eerste uitgebreide verantwoording over de besteding van de fondsen die in de nationale actie voor de Filipijnen werden opgehaald. Waar de website van SHO de afgelopen maanden maar mondjesmaat inkijk bood in waar de Nederlandse hulporganisaties zich op richtten met de hulpverlening in de Filipijnen, wordt daar in de eerste tussenreportage uitgebreid verslag van gedaan. Voor een ieder die belangstelling heeft voor de besteding van de hulpgelden en voor diegenen die zeer kritisch staan ten opzichte van nationale fondswervingsacties voor slachtoffers van grote rampen, is dit verplichte kost.
(zie: www.samenwerkendehulporganisaties.nl) of http://samenwerkendehulporganisaties.nl/wp-content/uploads/2014/03/SHO-actie-Help-slachtoffer-Filipijnen-Eerste-tussenrapportage-Versie-def.pdf  

Nog geen definitieve eindstand

In de eerste pagina's wordt ingegaan op de omvang van de ramp, teruggekeken op het verloop van de nationale actie en op de eerste stappen die de hulporganisaties zetten. Daarna wordt een korte algemene schets gegeven van de huidige situatie in het rampgebied en van de stand van zaken met betrekking tot de hulpverlening. Opmerkelijk is dat hierbij met geen woord wordt gerept over de uiterst trage manier waarop de hulpverlening op gang kwam en de inadequate wijze waarop de Filipijnse overheid op de ramp reageerde.

Het tweede deel, dat 5 pagina's beslaat en beschouwd kan worden als de samenvatting van de verantwoording, begint met uit te leggen dat tot 17 februari € 36.179.913 werd ingezameld en dat de fondswervingsactie op 28 februari officieel werd afgesloten. SHO vermeldt dat nog niet met zekerheid kan worden vastgesteld of alle toegezegde bedragen binnengekomen zijn en wat de definitieve eindstand is. In de verslagperiode is € 31 miljoen verdeeld onder de negen deelnemende organisaties, dat was het bedrag wat tot begin december door de SHO was ontvangen. Voordat de actiedag op 18 november werd gehouden werd de toen al binnengekomen € 4 miljoen naar de hulporganisaties overgemaakt, opdat ze hun noodhulpactiviteiten zo snel mogelijk konden opstarten en financieren.

SHO-banner Filipijnen

Verdeelsleutel

De hulpgelden worden volgens een van te voren afgesproken verdeelsleutel verdeeld tussen de deelnemende organisaties, in dit geval waren dat negen van de tien in de SHO samenwerkende hulporganisaties. De factoren die worden meegewogen om de verdeelsleutel te bepalen worden in het rapport uitgelegd en de bijbehorende percentages staan in de tabel. Daaruit blijkt dat de kleinste organisaties, World Vision en Terre des Hommes respectievelijk 1.9 en 2.33 procent van de opbrengst ontvangen en de grootste, het Nederlandse Rode Kruis, 20.22 procent. De andere organisaties ontvangen een percentage tussen de 7.35 en 18.87 procent. Uit de gepubliceerde tabel is precies af te lezen hoe groot de bedragen zijn die de verschillende organisaties kregen toebedeeld op 15 november, 21 november en 9 december. In de daaropvolgende tabel is te zien hoeveel de deelnemende organisaties inmiddels hebben toegezegd aan projecten, wat ze daarvan hebben overgemaakt naar koepel-, zuster- of partnerorganisaties en hoeveel daarvan inmiddels is besteed. Het totaal toegezegde bedrag ligt net boven de € 21 miljoen en daarvan is ruim € 10 miljoen overgemaakt naar organisaties waarmee wordt samengewerkt. Hiervan was eind januari dus € 8,6 miljoen besteed, het bedrag waarmee de SHO op 6 maart naar buiten kwam.

Actie- en apparaatskosten

De actiekosten bedroegen tot nu toe ruim 640.000 euro, een bedrag dat van de opbrengst wordt afgetrokken. Dit is twee procent van de € 31 miljoen die tot nu toe is verdeeld. Volgens de SHO is dit bedrag zo laag omdat veel bedrijven en media gratis hun diensten hebben aangeboden. Verder wordt uitgelegd dat er is afgesproken dat elke organisatie maximaal zeven procent van de toegekende hulpgelden mag besteden aan apparaatskosten van de eigen organisatie en de koepelorganisatie waarmee wordt samengewerkt. Dat betekent dat er maximaal negen procent besteed wordt aan actie- en apparaatskosten.
Bestedingen worden volgens het rapport pas verantwoord als de activiteiten geheel of gedeeltelijk zijn voltooid en de financiering ervan is verwerkt. De deelnemende organisaties voegen deze individuele verantwoording samen in een gezamenlijke rapportage voor het Nederlandse publiek. Toegezegd wordt dat de volgende tussenrapportage in november 2014 zal worden gepubliceerd. Alle hulpgelden moeten worden besteed voor 31 december 2015. De bedragen die door de deelnemende organisaties niet besteed zijn gaan terug naar de SHO en worden gebruikt bij de volgende nationale actie.

Onderverdeling in clusters

Uit het gepubliceerde cirkeldiagram blijkt dat het meeste geld besteed is aan voedselzekerheid (22.0 procent), levensonderhoud (20.0 procent), gezondheidszorg (13.7 procent) en water en sanitaire voorzieningen (13.3 procent). Gevolgd door uitgaven voor onderdak (10.9 procent), onderwijs (9.6 procent), programma-management (5.8 procent), bescherming (3.7 procent) en rampenmanagement (1.0 procent).
Behalve voor programma-management volgt deze indeling het clustersysteem waarmee de Verenigde Naties en de Filipijnse overheid de hulp trachten te coördineren.
Het diagram wordt gevolgd door een uitleg van wat er onder deze verschillende clusters valt. Voor de meeste is dat een voor de hand liggende omschrijving, waarbij het bij voedselzekerheid voornamelijk gaat om het uitdelen van voedsel en bij levensonderhoud over zaken die betrekking hebben op het weer opbouwen van een leven met eigen inkomsten. Bij bescherming gaat het om psychische en juridische hulpverlening en bij rampenmanagement, waar nog maar weinig aan is uitgegeven, om de bevolking beter voor te bereiden op toekomstige rampen. Uitgaven voor programma-management zijn bestedingen voor transport en opslag van hulpgoederen, voor lokaal personeel, kantoren, administratie en voor coördinatie, monitoring en evaluatie ter plaatse. Dit zijn in wezen lokale organisatiekosten die bovenop de kosten komen van de eerder genoemde actie- en apparaatskosten. Omdat dit geld lokaal wordt uitgegeven draagt het bij aan de broodnodige werkgelegenheid en stimuleert het de lokale economie.

Samenwerking

Onder het kopje "Hoe komt de hulp bij de mensen terecht" wordt beschreven dat de manier van samenwerking per organisatie verschilt en hoe dat er voor de verschillende Nederlandse organisaties uitziet. Veel organisaties werken samen in internationale koepels of netwerken, terwijl andere hun hulpinspanningen afstemmen met zusterorganisaties die tot dezelfde wereldwijde 'familie' of denominatie behoren. De meeste organisaties werken bij de uitvoering van de hulpprogramma's en projecten samen met lokale partnerorganisaties of dragen de uitvoering geheel over aan die lokale partnerorganisaties.

Ergens in het rapport wordt genoemd dat er in totaal zo'n 1100 organisaties uit heel veel landen bij de hulpverlening zijn betrokken. Om te zorgen dat de hulp goed verspreid wordt over de getroffen gebieden en om overlap te voorkomen is coördinatie noodzakelijk. Bovendien stimuleert coördinatie de onderlinge samenwerking, zo laat de SHO weten.
Coördinatie van de hulpverlening vindt volgens het rapport op twee manieren plaats. Ten eerste via het clustersysteem van de Verenigde Naties en de Filipijnse overheid. Daarin coördineren hulporganisaties hun hulp per cluster (zoals hierboven aangegeven) op nationaal, provinciaal, district- of regioniveau. Ze stemmen af wie welke expertise in kan zetten en in welke gebieden. Hulporganisaties houden regelmatig clustervergaderingen om de stand van zaken bij te houden, de belemmeringen in kaart te brengen en de werkwijze te bepalen. De tweede vorm van coördinatie vindt plaats binnen de netwerken van internationale koepel- of zusterorganisaties, waar alle SHO-leden deel van uitmaken.
De coördinatie in de clusters is gebaseerd op het Strategic Response Plan dat is ontwikkeld door de Filipijnse overheid, samen met 14 VN-organisaties en 40 ngo's. Middels dit strategisch draaiboek wordt de hulpverlening voor het eerste jaar per cluster gepland en de totaal benodigde hoeveelheid fondsen in kaart gebracht. Zo weten VN en regering wat er totaal nodig is voor de financiering van de hulpprogramma's.  

 

Theorie en praktijk

Uitdelen van voesel tijdens KerstmisOp papier ziet de planning en coördinatie er prima uit en lijkt er bijna niets mis te kunnen gaan. In de praktijk blijkt dat echter nogal tegen te vallen. Hulpverleners in het veld, inclusief vertegenwoordigers van de Nederlandse hulporganisaties, merken niet al te veel van deze planning en coördinatie op macroniveau. Ze overleggen af en toe met de zusterorganisaties in dezelfde 'familie" en proberen de inspanningen in het veld zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. Maar daarmee worden overlappingen niet voorkomen. Zo werden er in een aantal gebieden zoveel blikjes sardines en gemakkelijk klaar te maken noedels uitgedeeld, dat het de bevolking bijna de neus uitkwam. Er waren veel berichten in de lokale media waarin mensen lieten weten dat ze wel hulp wilden maar absoluut geen sardines en noedels meer. Er deden ook verhalen de ronde dat mensen de sardines aan hun huisdieren voerden. Het kwam herhaaldelijk voor dat hulporganisaties in hetzelfde gebied dezelfde gebruiksgoederen uitdeelden. Zo waren er wijken en dorpen waar de bewoners van drie verschillende organisaties een pannenset kregen. Deze overlappingen hadden tot gevolg dat er "Yolanda winkeltjes" werden opgezet waar deze "overbodige" spullen werden verkocht.
Wat de coördinatie van de hulpverlening in het veld betreft lijkt er nog een wereld te winnen, een punt dat Terre des Hommes in de individuele reportage van de organisaties, verderop in het rapport, kort aan de orde stelt.

Wie denkt dat de samenwerkende hulporganisaties bij de hulpverlening in de Filipijnen hun activiteiten onderling goed coördineren, komt enigszins bedrogen uit. De samenwerking van de SHO bestaat uit het gezamenlijk werven van fondsen en rapporteren over de bestedingen daarvan, daarna is het voornamelijk ieder voor zich. Voor zover wij hebben kunnen nagaan is er nauwelijks onderlinge coördinatie, overleg en/of uitwisseling tussen de vertegenwoordigers in het veld. Het lijkt er ook op dat de meeste vertegenwoordigers van de Nederlandse organisaties, die verantwoordelijk zijn voor het hulpprogramma in de Filipijnen, elkaar niet of nauwelijks kennen.

Weinig zelfkritisch

Voor wie geïnteresseerd is in meer details kan terecht bij de verantwoording van de individuele hulporganisaties. Het grootste deel van de rapportage (20 pagina's) wordt hieraan besteed. Elke organisatie beschrijft hoe lang ze al werkzaam zijn in de Filipijnen en welke doelen ze nastreven met de noodhulp. Met gebruik van cirkeldiagrammen wordt aangegeven hoe ze hun hulp tot nu toe hebben besteed. Daaruit blijkt dat sommige organisaties hun hulp verdelen over bijna alle verschillende clusters, terwijl anderen zich juist toeleggen op een beperkt aantal clusters. Concrete verhalen van Filipino's, over hoe ze met de gevolgen van de ramp omgaan en hoe ze daarbij geholpen worden, verluchtigen deze rapportages. Als afsluiting van de individuele rapportages worden de uitdagingen en beperkingen waarmee men te maken kreeg aangegeven en beschreven wat men in de nabije toekomst van plan is.
Opvallend is dat bij uitdagingen en beperkingen vooral logistieke en andere factoren, die buiten de macht van de organisaties liggen, worden genoemd. Een zelfkritische houding zou de organisaties niet misstaan en alleen maar kunnen leiden tot verbetering van de manier waarop de hulp wordt gegeven en de wederopbouw straks wordt aangepakt.
Slechts een enkele organisatie durft kritisch te zijn op de eigen aanpak en functioneren.

Slachtoffers niet betrokken bij hulpprogramma's

Zo noemt Oxfamnovib als grootste beperking de geringe mate waarin slachtoffers betrokken worden bij de opzet van de hulp die ze ontvangen en in de programma's die worden opgezet.
Hierdoor, zo zegt de organisatie, worden hun behoeftes te weinig gehoord en wordt er onvoldoende rekening gehouden met wat zij willen, kunnen en nodig hebben.

voedselvoorzieningDit raakt aan een punt wat Filipijnengroep Nederland (FGN) in de aanloop van de nationale actiedag verschillende keren naar voren heeft gebracht. Tijdens radio-interviews pleitte FGN ervoor dat er bij de hulpverlening aandacht zou worden besteed aan het opbouwen van sociale structuren, omdat die door de ramp voor een aanzienlijk deel verloren zijn gegaan. Daarnaast pleitte de organisatie voor het opzetten van een fijnmazig systeem van monitoring, waarbij de maatschappelijke organisaties en bewoners monitoringteams vormen.
De taak van deze teams zou dan zijn om de besteding van de hulp door de internationale hulporganisaties te volgen en te beoordelen en de lokale overheden op de vingers te kijken bij het besteden van de overheidshulp. Ze kunnen daarmee een bijdrage leveren aan het bestrijden van de corruptie en de tendens tot zelfverrijking van lokale machthebbers.
In de praktijk zal dit er tevens aan bijdragen dat de slachtoffers meer en beter invloed kunnen uitoefenen op hoe en waaraan de hulp besteed wordt. Als de hulporganisaties het aandurven om de inzichten, ervaringen en kritische opmerkingen van deze lokale monitoringteams mee te nemen in hun (tussentijdse) rapportages, dan zal de transparantie en de betrouwbaarheid van de rapportages alleen maar toenemen. En kunnen de hulporganisaties het kritische Nederlandse publiek met open vizier tegemoet treden.

Evert de Boer
Coördinator Filippijnengroep Nederland

]]>
no-spam@tambuli.nl (Super User) Natuurgeweld Sun, 23 Mar 2014 18:40:12 +0000
Waarom tyfoon Haiyan zoveel slachtoffers maakte http://www.tambuli.nl/themas/natuurgeweld/item/616-waarom-tyfoon-haiyan-zoveel-slachtoffers-maakte http://www.tambuli.nl/themas/natuurgeweld/item/616-waarom-tyfoon-haiyan-zoveel-slachtoffers-maakte

1. Overlevenden van Tyfoon Haiyan (Yolanda)Er blijken verschillende redenen te zijn waarom er zoveel slachtoffers vielen door de verwoestende tyfoon Haiyan die de Filipijnen begin november 2013 trof. Het lijkt erop dat het land niet genoeg lessen trekt uit de vele tropische stormen die het land jaarlijks treffen. Grootschalige evacuatie lijkt een logistieke nachtmerrie, maar ervaringen in Bangladesh en India wijzen uit dat er veel meer gedaan kan worden dan tot nu toe is gebeurd.

Door: Evert de Boer

2. Steeds weer veel slachtoffersVolgens de overheid waren bewoners en overheden van de getroffen gebieden voldoende gewaarschuwd via radio, televisie en sociale media. President Aquino verscheen een dag voor de storm op televisie om mensen te waarschuwen en spoorde hen aan om een veilig heenkomen te zoeken. Velen deden dat: op veel plaatsen werden mensen die direct aan de kust woonden geëvacueerd. Toch vielen er, de vermisten meegerekend, zo'n 8.000 dodelijke slachtoffers. Velen vroegen zich af hoe dit kon gebeuren. Men zou toch kunnen verwachten dat een land waar elke jaar tenminste 20 tropische stormen overtrekken veel ervaring heeft opgedaan met het beschermen van de bevolking. Maar telkens blijkt weer dat de voorbereidingen en de evacuaties onvoldoende zijn. Tijdens tyfoon Ondoy, die in 2009 in Metro Manilla en omgeving voor zware overstromingen zorgde, vielen er ruim 900 doden. In 2011 werd tijdens tyfoon Sedong een aantal steden in het noorden van Mindanao getroffen door vloedgolven, die in en buiten de rivieren naar beneden kwamen, waarbij 1200 mensen de dood vonden. Nog geen jaar later werd de oostkant van Mindanao geteisterd door tyfoon Pablo, die overstromingen en grondverschuivingen veroorzaakte waarbij 1800 mensen het leven lieten. En nu dus Haiyan, die een van de dodelijkste rampen ooit in het land veroorzaakte.

3. Vloedgolf  wierp schepen op het landTsunami

Er blijken veel redenen te zijn waarom mensen ondanks de waarschuwingen niet vertrekken om een veilig heenkomen te zoeken. Jaarlijks krijgen de Filipijnen met twintig of meer tropische stormen te maken. Mensen hebben daardoor al snel het idee dat het om de zoveelste storm gaat en dat ze die wel zullen overleven. Ze nemen wel voorzorgsmaatregelen, maar die zijn volstrekt onvoldoende. Bij de naderende komst van Haiyan werden duizenden mensen ondergebracht in scholen en andere gebouwen, die soms maar een paar honderd meter van de kust lagen.
Een verslaggever zag, een dag voordat de tyfoon toesloeg, hoe kustbewoners in de buurt van Tacloban het dak van palmbladeren (nipa) van hun huis met touwen vastmaakten aan stevige ogende kokosbomen en ze vertelden hem dat ze het niet nodig vonden om te vertrekken.
Dezelfde verslaggever vertelde dat hij de indruk had gekregen dat mensen niet wisten dat het om een uitzonderlijke zware storm ging en wat hen te wachten stond. Een man vertelde hem dat ze waren gewaarschuwd voor een stormvloed (storm surge) maar dat ze geen idee hadden wat ze zich daarbij moesten voorstellen. "Als we waren gewaarschuwd voor een tsunami, dan hadden we geweten dat we het binnenland in hadden moeten vluchten", zo vertelde hij. Over het algemeen wordt een tyfoon in de Filipijnen niet geassocieerd met een stormvloed. Na de ramp die Indonesië, Thailand en Sri Lanka in 2004 trof, weet men in de Filipijnen heel goed wat een tsunami is en wat die teweeg kan brengen. Het ziet er daarom naar uit dat de Filipijnse autoriteiten er niet in geslaagd zijn de bevolking te doordringen van de verwoestende gevolgen van tyfoon Haiyan.

4. Gebouw ongeschikt als opvangcentrumWeerstand tegen evacuatiecentra

Uit onderzoek van sociologe Emma Porio van de Ateneo de Manilla Universiteit blijkt dat de mensen die niet vertrekken voor een aangekondigde natuurramp vaak een bewuste keuze maken. Ze blijven omdat ze bang zijn dat anders hun huis geplunderd wordt. Of erger nog, dat ze niet terug kunnen keren naar hun huis. Dat laatste is vooral het geval in de wijken van stadsarmen die hun onderkomen illegaal hebben opgetrokken op grond die niet van hen is.
Je kunt je, volgens Emma Porio, afvragen waarom deze mensen hun leven in de waagschaal stellen om hun bezittingen te beschermen. Dat is, zo zegt zij, alleen te begrijpen in de context waarin ze leven en overleven. Hun waardevolste bezit is vaak hun huis en de (weinige) spullen die zich daarin bevinden. Ze kunnen niet alles meenemen en bovendien kunnen ook onderdelen van hun huis worden gestolen. Er zijn voorbeelden waarbij palen, trappen, golfplaten van het dak of zelfs een hele keuken werden meegenomen.
"Het kan dan wel om een huis in een sloppenwijk gaan, maar ook zij hebben hard gewerkt om het te bouwen en het te onderhouden. Voor mensen die nooit echte armoede hebben ervaren is het waarschijnlijk moeilijk voor te stellen hoe belangrijk deze bezittingen zijn. Bovendien weten ze uit ervaring dat ze, wat de bescherming van hun bezittingen betreft, niet veel kunnen verwachten van de lokale politie en autoriteiten," aldus Porio.
Het is verder ook een kwestie van de alternatieven die mensen krijgen aangeboden. De situatie in de evacuatiecentra is bepaald geen stimulans om huis en haard te verlaten. De centra bestaan uit scholen, gymlokalen en ander gebouwen die eigenlijk ongeschikt zijn voor de opvang van honderden mensen. Ze zijn vaak overvol en erg oncomfortabel. Er zijn erbij waar veel te weinig toiletten zijn en soms is er niet meer dan één badkamer per 200 evacués. Soms is er ook geen water. Omdat ze zo vol zijn en de hygiëne er slecht is, verspreiden ziekten zich gemakkelijk. Bovendien zijn opvangcentra niet altijd veilig, zoals nu ook is gebleken. Genoeg redenen voor mensen om te proberen zolang mogelijk in hun eigen huis te blijven.

Geen typisch Filipijns fenomeen

Weigeren om te evacueren bij een naderende ramp is niet een typisch Filipijns fenomeen, het komt overal in de wereld voor, ook in westerse landen. Tijdens de tyfoon Katrina in New Orleans, in de Verenigde Staten, bleef een deel van de bevolking achter in de stad.
Uit internationaal onderzoek blijkt dat diegenen die vertrekken de bewoners zijn die het economisch gezien beter hebben: meer geld, betere toegang tot nieuws, betere opleiding, in het bezit van eigen vervoer en familie of vrienden elders waarbij men terecht kan. Zaken die de 'blijvers' grotendeels ontberen.
'Vertrekkers' zijn mensen die in hun leven de nadruk leggen op de eigen onafhankelijkheid en het belang van het maken van keuzes om daarmee invloed uit te oefenen op hun omgeving. De 'blijvers' daarentegen gaan meer uit van onderlinge afhankelijkheid en hechten grote waarde aan solidariteit met familie, buren en vrienden. Ze geloven in de eigen en gezamenlijke kracht en hebben vertrouwen in God. Dat is met name zo in de Filipijnen. Filipino's met een sterk geloof hebben een grotere neiging te vertrouwen op anderen en op de bescherming van de hogere macht.
"We zijn allemaal samen in deze wereld en samen zijn we sterker," is een verklaring die de onderzoekers regelmatig optekenden uit de mond van 'blijvers'.

Geen vertrouwen in autoriteiten

Naar later bleek hebben lokale autoriteiten in een aantal plaatsen inwoners gedwongen naar evacuatiecentra te gaan, omdat ze ook na herhaaldelijk aandringen weigerden te vertrekken. Volgens sociologe Porio kan het gebrek aan vertrouwen dat mensen in elkaar en in autoriteiten hebben hierbij een rol hebben gespeeld.
"We zijn een samenleving met een beperkt sociaal vertrouwen," zei zij tijdens een forum waarin besproken werd hoe belangrijk sociale interactie is in een samenleving bij de voorbereiding op naderende rampen. Volgens een onderzoek van de Wereldbank uit 2008 gelooft slechts 10 procent van de Filipino's dat ze andere mensen in hun samenleving – niet uit hun familie en kennissenkring - kunnen vertrouwen. Dat is erg laag in vergelijking met landen zoals Noorwegen, Denemarken en Nederland, waar dat 60% is.
Deze uitkomst lijkt in eerste instantie onlogisch. Filipino's staan immers bekend als gastvrije, hartelijke, tamelijk zorgeloze en gelukkige mensen en hun gemeenschappen als redelijk hecht.
Emma Porio beaamt deze karakteristieken. Zij voegt daar echter aan toe dat het hierbij gaat om relaties tussen familieleden, vrienden en anderen in de directe sociale kringen van mensen. Het is de solidariteit tussen gelijkgestemden die de overeenkomsten en homogeniteit versterken. Dit leidt tot sterke onderlinge banden, maar daardoor heeft men de neiging mensen die anders zijn uit te sluiten. Banden met mensen van een andere sociale en economische klasse zijn er dan vaak ook nauwelijks.
Volgens Porio is dit bij de armen veel sterker dan bij de elite en de middenklasse. Dit heeft tot gevolg dat de armen de autoriteiten niet vertrouwen, want in de Filipijnen behoren die tot de rijkeren, hebben een betere opleiding en wonen in ommuurde woningen. Ze staan dus ver verwijderd van de realiteit van de armen. Het zijn geen mensen zoals zijzelf.
In haar veldwerk kwam Emma Porio echter een aantal burgemeesters en een enkele gouverneur tegen die tamelijke goed bleken in, wat ze noemt, een netwerk strategie van de overheid. "Zij bouwen netwerken in verschillende sectoren van de samenleving en verbinden die horizontaal en verticaal met elkaar. Een initiatief dat navolging verdient omdat het bijdraagt aan het opkrikken van het sociaal vertrouwen in de samenleving.

Logistieke nachtmerrie

Er is nog een belangrijke, praktische reden waarom evacuaties onvoldoende zijn en niet goed verlopen. Natuurrampen komen in de Filipijnen voor van het uiterste noorden tot aan de meest zuidelijke punt van het land. Tyfoons gingen in het verleden vaak over de noordelijke helft van het land maar trekken de laatste jaren steeds vaker ook over het zuidelijke deel van het land. Het land heeft een lengte van ruim 1800 kilometer en een kustlijn van maar liefst 36.000 kilometer, waarvan een kwart aan de oostkant, waar de tyfoons aan land komen.
Naast tyfoons zijn er regelmatig aardbevingen en vulkaanuitbarstingen. Deze bundeling van natuurrampen betekent dat een groot deel van de bevolking goed voorbereid zou moeten zijn op het omgaan met en adequaat reageren op natuurrampen. Dat lijkt onbegonnen werk in een land waar de infrastructuur veel beperkingen kent, waar veel mensen een strijd om het bestaan leveren en de organisatiegraad van de bevolking relatief laag is.
6. Verwoestingen in Guiuan, SamarVanwege de vele eilanden is het niet altijd mogelijk mensen naar hoger gelegen en veilig terrein te verplaatsen. Zo lijkt bijvoorbeeld het evacueren van de 50.000 inwoners van Guiuan op het schiereiland op de zuidoostpunt van Samar, het grootste deel van de 250.000 inwoners van Tacloban en de 200.000 inwoners van Ormoc bijna onbegonnen werk. Een logistieke nachtmerrie dus, want afgezien van het verplaatsen zelf - waar breng je zoveel mensen onder op een plek waar ze veilig zijn voor windsnelheden van 250 tot 300 kilometer per uur?
De huidige praktijk om mensen onder te brengen in scholen, gymlokalen en andere stevige gebouwen in de buurt voldoet niet. Opvangcentra moeten in ieder geval op flinke afstand van de kust gesitueerd zijn. In Guiuan was een groot deel van de bevolking, soms gedwongen, ondergebracht in van steen of beton opgetrokken gebouwen op redelijke afstand van de kust, voor zover dat daar mogelijk is. Er vielen weliswaar nog 100 doden, maar dat is niet te vergelijken met de meer dan 2.000 doden in Tacloban en de 1.200 slachtoffers in Tanauan, ook een plaats met 50.000 inwoners op 50 kilometer ten zuiden van Tacloban.
Het is te hopen dat de Filipijnse overheid, op nationaal en lokaal niveau, lering trekt uit de rampzalige gevolgen van tyfoon Haiyan en logistieke voorbereidingen treft voor massale evacuatie van de inwoners van de woonplaatsen langs de oostkust. Liefst in combinatie met (desnoods gedwongen) jaarlijkse evacuatieoefeningen, waarvoor men in Japan te rade kan gaan.

Bangladesh en India als voorbeeld

7. Evacuatiecentrum in BangladeshVoor het beter voorbereiden van bewoners op rampen kan men ook naar ervaringen kijken in landen als India en Bangladesh. Tijdens een zware tyfoon in de staat Odisha in India kwamen in 1999 meer dan 10.000 mensen om het leven. Odisha ligt in noordoost India aan de golf van Bengalen en grenst aan Bangladesh. De nationale en lokale overheden trokken lering uit deze ramp. Toen Odisha in oktober 2013 werd getroffen door tyfoon Phailin, met windsnelheden tot 235 kilometer per uur, werden een miljoen mensen ondergebracht in speciaal opgezette opvangcentra. Daardoor vielen er nu maar 21 slachtoffers.
Bangladesh heeft ook lering getrokken uit de rampen in het verleden. Vooral na de tyfoon Bhola, die het land in 1970 trof met windsnelheden van 220 kilometer per uur en vloedgolven van 10 meter hoog en die aan meer dan een half miljoen mensen het leven kostte. En al vielen er in Bangladesh niet veel slachtoffers ten gevolge van de tsunami in 2004, het was voor de autoriteiten een extra aansporing om verdere maatregelen te treffen. In 2007 vielen nog 4.000 doden door een tyfoon, maar volgens klimaatexperts is Bangladesh nu een van de landen die het beste is voorbereid op dit soort natuurrampen. De kust werd op veel plaatsen beveiligd met betonnen waterkeringen en er werden meer dan 3.200 kleine en grote opvangcentra gebouwd. Deze speciaal voor opvang ingerichte betonnen centra zijn gebouwd op palen en worden tijdens normale weeromstandigheden gebruikt als scholen of wijkcentra. Dit is dus net andersom dan in de Filipijnen, waar als opvangcentra slecht toegeruste gebouwen worden gebruikt. In Bangladesh werden 32.000 vrijwilligers opgeleid om mensen langs de kust te waarschuwen en te helpen bij evacuaties. Daarnaast werd er langs de kustregio's veel aan herbebossing gedaan waardoor een groene gordel is ontstaan.

Ook in eigen land zijn voorbeelden te vinden waar lering uit kan worden getrokken. Bicol is een van de Filipijnse regio's die vaak met zware tropische stormen te maken heeft. Het is dan ook deze regio, en met name in de provincie Albay, die flink heeft geïnvesteerd in opvangcentra, evacuatieplannen, hulpverlening en wederopbouw. Van uit Albay worden ook steevast hulpgoederen en hulpteams gestuurd naar andere gebieden in het land die door tyfoons worden getroffen.

 

]]>
no-spam@tambuli.nl (Evert de Boer) Natuurgeweld Wed, 12 Feb 2014 10:14:26 +0000
Tyfoon Haiyan veroorzaakt strijd om landbezit in Filipijnen http://www.tambuli.nl/achtergronden/politiek/item/615-tyfoon-haiyan-veroorzaakt-strijd-om-landbezit-in-filipijnen http://www.tambuli.nl/achtergronden/politiek/item/615-tyfoon-haiyan-veroorzaakt-strijd-om-landbezit-in-filipijnen

1. Eerste berichten over strijd om landbezitEén van de gevolgen van een natuurramp, zoals die veroorzaakt werd door tyfoon Haiyan, is de verwarring die ontstaat over landrechten. Dat kan leiden tot grote humanitaire problemen. Ervaringen na de tsunami in de Indische Oceaan in 2004 hebben geleerd dat projectontwikkelaars en grootgrondbezitters misbruik maken van de situatie en zich land toe-eigenen dat niet van hen is. Ook in de Filipijnen zijn, na de verwoestende tyfoon die het land op 8 november 2013 trof, de eerste berichten over strijd om land verschenen.

Door: Redactie Tambuli*

Maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor plattelandsontwikkeling meldden in december dat een projectontwikkelaar op het eiland Sicogon, voor de kust van noordoost Panay, 6000 gezinnen belette om terug te keren naar hun verwoeste huizen. De projectontwikkelaar beweerde dat zijn bedrijf eigenaar is van het land waar de gezinnen generaties lang woonden.
7. totale verwoesting op het platteland
Foto: Totale verwoesting op het platteland.

Eeuwenoud probleem

Op Leyte, ten zuiden van het vliegveld van Tacloban, probeert de familie Romualdez de herbouw van een wijk van sloppenwijkbewoners te blokkeren. De politieke clan van voormalige dictatorvrouw Imelda Marcos-Romualdez behoort tot een van de machtige politieke families in het land en domineert de politiek in Tacloban City al decennia lang.
Afgaande op gebeurtenissen na eerdere natuurrampen en de ervaringen uit het verleden, kunnen deze gebeurtenissen gezien worden als de eerste tekenen van een eeuwenoud probleem, dat aan de basis ligt van armoede en van veel en bloedige conflicten: de toegang tot land.
In de Filipijnen zijn landrechten in veel gevallen niet formeel geregeld en is land niet altijd geregistreerd, omdat het van generatie op generatie wordt overgedragen. En zelfs waar eigendomsrechten in de boeken staan, kunnen die zonder veel moeite ten gunste van lokale machthebbers worden uitgelegd. Ondanks vele landhervormingsprogramma's is de verdeling van land bovendien nog steeds zeer ongelijk en is een flink deel van de plattelandsbevolking niet de eigenaar van het land dat ze bewerken.

Eigendomsrechten en -bewijzen

Te oordelen naar de meer recente geschiedenis kan de door Haiyan veroorzaakte ramp een zeer reële bedreiging vormen voor de eigendomsrechten van miljoenen slachtoffers die hals over kop moesten vluchten om het vege lijf te redden.
Veel mensen die wel eigendomspapieren hadden zijn deze kwijt geraakt door de storm. De administratie in gemeentehuizen en bij andere overheidsdiensten is in veel gevallen verloren gegaan. Daarnaast zijn afscheidingen en ander herkenningspunten van landgrenzen verdwenen. Hierdoor zullen vooral diegenen die een klein stukje land bezaten in de problemen raken omdat anderen met meer macht en aanzien hun land zullen claimen. Dat zal niet alleen betekenen geen plek meer om te wonen, maar ook een gebrek aan mogelijkheden om in het eigen levensonderhoud te voorzien.
De verwarring over landrechten na deze natuurramp is een van de belangrijkste factoren waardoor iets wat nu een groot humanitair probleem is op lange termijn kan uitgroeien tot een groot economisch drama.

Huishoudens in de stedelijke gebieden die hun onderkomens zonder toestemming op braak liggende stukken land hadden gebouwd, of die geen eigendomrechten op papier hebben, verkeren nu in een kwetsbare positie. Zij zullen problemen krijgen met het opnieuw claimen van het land waarop ze voor de storm woonden. Dat betekent dat ze op zoek moeten naar andere braakliggende stukken grond, die veelal op nog kwetsbaardere plekken liggen. Of ze zullen lange tijd dakloos blijven, omdat ze geen plek hebben om zich te vestigen. In combinatie met een gebrek aan werk en inkomen ziet de toekomst voor deze stadsarmen er niet erg rooskleurig uit.

Lessen van de tsunami in 2004

Wat de gevolgen van een grote natuurramp voor landbezit kunnen betekenen wijzen de ervaringen uit van de tsunami in 2004, veroorzaakt door een aardbeving in de Indische Oceaan. Uit een onderzoek van een international instituut na die tsunami bleek dat landbezit een 4,5 scoorde op een schaal van 1 tot 5 waar het ging om de veerkracht van gemeenschappen om de natuurramp te boven te komen.
3. Nieuwe hotels in kustgebied ThailandDe tsunami kostte in 2004 meer dan 200.000 mensen het leven en verdreef miljoenen inwoners uit hun woonplaatsen. Delen van Indonesië, Thailand, Sri Lanka en India werden totaal verwoest en dit bracht een reeks van humanitaire problemen teweeg die verbonden waren met landbezit. Zo waren binnen een jaar na de ramp de inwoners van meer dan dertig dorpen in Thailand met de overheid en bedrijven verwikkeld in geschillen over eigendomrechten van hun land. Er werden op grote schaal beschuldigingen geuit dat lokale overheidsfunctionarissen hadden samengespannen met projectontwikkelaars om het land aan de westkust van Thailand over te nemen om er hotels te bouwen. Op Sumatra in Indonesië bleven dorpelingen tussen de puinhopen wonen, uit angst dat het verlaten van de grond zou betekenen dat ze er afstand van deden en het zou vervallen aan de staat. Velen van degenen die vluchtten waren bij gebrek aan eigendomsbewijs niet in staat om terug te keren naar hun woonplaats en leden jarenlang een kwijnend bestaan in vluchtelingenkampen.

Sicogon

Op welke schaal landonteigening in de Filipijnen zal plaatsvinden zal de toekomst uitwijzen. Maar er zijn al verschillende gevallen van strijd om land aan het licht gekomen en maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor plattelandsontwikkeling vrezen het ergste. Naar verwachting zal landgrabbing (landjepik) voornamelijk plaatsvinden in afgelegen gebieden en het zal daarom lastig zijn om te achterhalen om hoeveel land het zal gaan. Om zo snel mogelijk de aandacht te vestigen op dit fenomeen hebben de organisaties Focus on the Global South and Rightnet een aantal voorvallen naar buiten gebracht.

4. Sideco probeert bewoners te verdrijvenSicogon eiland maakt onderdeel uit van een groepje kleine eilanden nabij de noordoostpunt van het eiland Panay en met een afstand van 145 km ligt Sicogon het verst van de kust van Panay. Het eiland is slechts 1160 hectare groot en was een belangrijke trekpleister voor toeristen voordat Boracay (bij de noordwestpunt van Panay) in de jaren tachtig tot ontwikkeling kwam als topattractie voor toeristen. Begin 2013 lanceerde de Sicogon Development Corporatie (Sideco) een tien miljard peso kostend project om het eiland om te vormen tot een toeristische bestemming van wereldklasse. Dat leidde tot spanningen tussen de 6000 bewoners van de drie barangays (dorpjes) op het eiland en de projectontwikkelaar. Sideco claimde een gebied van ruim 800 hectare als haar eigendom, maar volgens de bewoners behoorde 70 hectare hiervan tot het openbaar gebied. Een deel van de bewoners woont op die 70 hectare. Na de tyfoon probeerde Sideco te voorkomen dat de bewoners terug zouden keren naar het omstreden gebied en zelfs dat de bewoners, die waren gevlucht tijdens de storm, terug zouden keren naar het eiland. De directeur van Sideco verklaarde dat bijna alle van de 1170 getroffen families op het eiland een overeenkomst hebben ondertekend met Sideco. Met die ondertekening zijn ze akkoord gegaan met herhuisvesting op het eiland zelf of op het 'vasteland' van de gemeente Estancia, waarvan Sicogon deel uitmaakt. Dit wordt ten stelligste ontkend door de bewoners.
Volgens de bewoners legde het bedrijf hen twee opties voor: 150.000 peso contant voor een vrijwillig vertrek of deportatie naar een ander eiland.
De spanningen liepen in november zo hoog op dat een kleine politiemacht naar het eiland werd gestuurd – aangeduid als een vredesmacht - om te voorkomen dat de situatie verder uit de hand zou lopen.
De twee maatschappelijke organisaties wijten de problemen vooral aan de trage en inefficiënte uitvoering van de landhervormingwet en de wet op landrechten voor inheemse volken.

5. restanten sloppenwijk nabij vliegveldTacloban

Ten zuiden van de luchthaven van Tacloban City liggen de overblijfselen van wat vroeger de meest dichtbevolkte sloppenwijk van de stad was. Een afgeplatte wirwar van gebroken planken en verdraaide golfplaten is alles wat er te zien is. Naar schatting zijn er alleen al in deze nederzetting 1000 mensen verdronken toen tyfoon Haiyan een tsunami-achtige stormvloed over de stad stuurde, waarbij zo'n beetje alle huizen op zijn pad werden verwoest.

De familie Romualdez, die de politiek in de stad al decennia lang domineert, doet er alles aan om de wederopbouw van de sloppen op het land te blokkeren. De familie zegt dat ze het beste voor hebben met de bewoners; het gebied was zo kwetsbaar dat zelfs het evacuatiecentrum in een school werd overspoeld, waardoor alle evacués die erin zaten verdronken.
De sloppenwijkbewoners twijfelen zowel aan de oprechtheid van de familie Romualdez, als aan het vermogen van de regering om hen te helpen hun leven op een veiliger plaats weer op te bouwen. Zij beweren dat de clan gebruikt maakt van de verwoestingen aangericht door de storm om eindelijk het land te kunnen ontruimen. 6. Kaart TaglobanDe kustlijn is al in bezit van de familie Romualdez sinds Generaal Douglas MacArthur in 1944 de zuidelijke rand van Tacloban koos als invalslocatie voor de Amerikaanse invasie, die leidde tot de bevrijding van de Japanse overheersing in de Filipijnen.

Sloppenwijken gedoogd

In de jaren 80 deed de familie Romualdez er weinig aan toen mensen in grote aantallen nederzettingen begonnen te bouwen op de zandige graslanden aan het einde van de landingsbaan van de Tacloban luchthaven.
Terwijl de stad bleef groeien - tot 235.000 permanente bewoners voor de tyfoon – koos de familie ervoor om geen confrontatie te riskeren door iedereen te verdrijven. Net zoals in andere delen van het land, waar grote aantallen voormalige boeren en vissers naar steden kwamen, zijn  politici terughoudend om sloppenwijkbewoners te verdrijven, omdat zij zich in grote getale registreren om te stemmen.
Bovendien vond de familie het niet echt nodig om de mensen te verdrijven, gezien hun vele belangen in vastgoed en mijnbouw.

Hekken van prikkeldraad

De recente strijd om de 2,5 hectare grond begon toen congreslid Armando Romualdez, broer van Imelda Marcos en oom van de huidige burgemeester, een maand na de tyfoon bij de nederzetting verscheen en eiste dat bewoners zouden vertrekken. De bewoners zeiden dat hij hen vertelde dat zij het land wilden verkopen voor de uitbreiding van het vliegveld.
Het blijkt dat het land, zonder de sloppenwijkbewoners in de directe omgeving, naar schatting één tot anderhalf miljoen euro per hectare kan opleveren. Nu alle onderkomens plat liggen zou het voor de clan de perfecte tijd zijn om het land te verkopen.

De strijd tussen de stadsarmen en de Romualdez clan symboliseert de problemen die de Filipijnen al vele tientallen jaren teisteren. Een ongelijke verdeling van bezit houdt miljoenen in armoede, gecombineerd met een zekere mate van wetteloosheid en politiek opportunisme waarmee de armen zich vestigen op land dat niet van hun is en waar ze tot op zekere hoogte worden gedoogd. Naar schatting woonde een derde van de bewoners van Tacloban voor de tyfoon op land dat zij niet zelf bezaten.

Het lot van deze 75.000 sloppenwijkbewoners is afhankelijk van de beslissingen die er nu worden genomen. De nationale en lokale overheden zeggen dat ze tijdelijke houten huizen landinwaarts zullen bouwen. Dat is echter niet voldoende om de getroffenen te kalmeren. Velen zijn vissers die niet naar het binnenland willen verhuizen en vrijwel niemand vertrouwt de belofte van de regering om genoeg nieuwe woningen te bouwen. De geschiedenis heeft hen geleerd dat corruptie en belangen van machtige politici ertoe leiden dat de armen het onderspit delven.
Tot nu toe lijken de daklozen het van Romualdez te winnen. Ze vertrapten een om het gebied opgezet hek met prikkeldraad en bouwen nieuwe hutten van de restjes die de tyfoon achterliet. Maar ze maken zich zorgen dat hun overwinning van korte duur zal zijn, met zo veel leden van de Romualdez clan op hoge posities in de plaatselijke en landelijke politiek.

*Samengesteld uit artikelen uit de New York Times, de Huffington Post en de Philippine Daily Inquirer.

 

 

]]>
no-spam@tambuli.nl (Evert de Boer) Politiek Wed, 12 Feb 2014 09:53:38 +0000
Buitenlandse schulden belemmering voor wederopbouw in Filipijnen http://www.tambuli.nl/achtergronden/economie/item/609-wederopbouw-en-buitenlandse-schulden-in-de-filipijnen http://www.tambuli.nl/achtergronden/economie/item/609-wederopbouw-en-buitenlandse-schulden-in-de-filipijnen

1. Sociale voorzieningen boven afbetaling schuldenBuitenlandse schulden moeten worden kwijtgescholden om wederopbouw na de verwoestende tyfoon Haiyan te ondersteunen. Terwijl er nog geworsteld wordt met de wederopbouw na tyfoon Haiyan en het land zich tegelijkertijd voorbereidt op toekomstige noodsituaties, lijdt de Filipijnen onder enorme internationale schulden.

De Filipijnse 'Freedom from Debt Coalition' en 'Jubilee South' (Internationale Beweging over Schuld en Ontwikkeling) pleiten voor de kwijtschelding van de Filipijnse schuld, die op dit moment ruim 2.700 miljard perso (45 miljard euro) bedraagt.

4. Tyfoon Haiyan - roep om etenAflossing schulden veel hoger dan internationale hulp

Meer dan 15 miljoen euro per dag – dat is 5,5 miljard euro per jaar – stroomt weg uit de Filipijnen als rente en afbetalingen aan internationale geldschieters. Sinds tyfoon Haiyan meer dan twee en een halve maand geleden toesloeg, 6200 slachtoffers maakte en meer dan een miljoen huizen vernietigde, is er meer dan één miljard euro uitgegeven aan de schuldaflossing. Terwijl er ongeveer 400 miljoen euro is toegezegd door de internationale donoren voor de hulpverlening, verlaat elk jaar bijna 15 keer dat bedrag het land om de schulden te betalen.

Schuldenspiraal

2. Marcos visit Reagan in 1982De Filipijnen zitten al sinds de jaren tachtig opgezadeld met een grote buitenlandse financiële schuld. Westerse overheden en instellingen zoals de Wereldbank leenden grote hoeveelheden geld aan dictator Ferdinand Marcos (die van 1965 tot 1986 president was) om hem tijdens de koude oorlog aan de macht te houden. Marcos wordt ervan verdacht zo'n slordige 7,5 miljard euro gestolen te hebben. Maar nadat hij in 1986 werd afgezet bleven de kredietverstrekkers, die medeplichtig waren aan deze corruptie, terugbetaling van de leningen eisen.
In de afgelopen 40 jaar is er ruim 87 miljard euro uitgeleend aan de Filipijnse overheid. Rentelasten hebben ervoor gezorgd dat er, ondanks dat er al 100 miljard euro is terugbetaald, nog steeds 45 miljard euro aan schulden uitstaat.

De chronische buitenlandse schulden hebben een verwoestende werking op het leven van de Filipijnse bevolking. Openbare diensten zoals gezondheidszorg en onderwijs werken al decennia lang met een veel te klein budget. Op het moment zijn er meer dan 15 miljoen mensen in de Filipijnen ondervoed en een vergelijkbaar aantal leeft er in extreme armoede. Die aantallen zijn weinig veranderd sinds Ferdinand Marcos in 1986 werd afgezet. Elk jaar wordt nog steeds meer dan 20 procent van de inkomsten van de overheid uitgegeven aan de afbetaling van buitenlandse schulden, 3. Filipijnen kennen nog veel armoededat is bijna evenveel als aan de gezondheidszorg en het onderwijs samen.

Leningen voor wederopbouw verergeren de schuldenberg


Als reactie op tyfoon Haiyan kondigden de Wereldbank en de Aziatische Ontwikkelingsbank aan dat ze 1,45 miljard euro aan de Filipijnen gaan uitlenen voor noodhulp en wederopbouw. Dat dit geld, wat hard nodig is, wordt gegeven als leningen in plaats van subsidies betekent dat de buitenlandse financiële schuld van het land alleen maar zal toenemen. Hierdoor zullen de gevolgen van de ramp nog voelbaar zijn voor de volgende generaties, vanwege de aflossing van de hoge schulden.
Leningen voor wederopbouw kunnen per definitie geen opbrengsten genereren om de schuld af te betalen. Deze leningen zullen vooral gebruikt worden om de infrastructuur te herstellen en weer op een peil te brengen waarop het zich bevond voordat de tyfoon toesloeg. Ric Reyes, voorzitter van de Freedom from Debt Coalition, verklaarde: "De Filipijnen is gevoelig voor natuurrampen zoals orkanen en aardbevingen. Schulden die jaren geleden hadden moeten worden kwijtgescholden beperken de mogelijkheden van het land om adequaat te reageren op de gevolgen van deze verwoestende tyfoon en om aan de wederopbouw te werken. Hetzelfde geldt voor het zich adequaat voorbereiden en reageren op toekomstige noodsituaties. Er is duidelijk actie nodig in de vorm van kwijtschelding voordat er nieuwe schulden worden toegevoegd. "

Onverantwoordelijke projecten

5. Geen betaling van corrupte schuldenMaar de gevolgen van de hoge schulden zijn niet de enige redenen waarom de Filipijnse financiële schulden kwijtgescholden moeten worden. Na het einde van de Marcos dictatuur hebben veel van degenen die zich tegen zijn bewind verzetten de Freedom from Debt Coalition opgericht. Deze coalitie zet zich sinds haar oprichting in 1988 in voor het niet afbetalen van schulden die gebruikt zijn voor corruptie en omkoping. Leningen aan Marcos om een kerncentrale te bouwen in Bataan, die nooit elektriciteit heeft opgewekt en ook nog eens gebouwd is op een breuklijn in een gebied gevoelig voor aardbevingen, is een van de meest absurde voorbeelden.

Deze onverantwoordelijke leningen werden na de val van Marcos zelfs nog voortgezet. In 1997 heeft de Bank van Oostenrijk geld aan de Filipijnen geleend voor verbrandingsovens voor medisch afval, die in Europa toen al afgedankt waren vanwege hun hoge mate van vervuiling. In de Filipijnen zouden ze binnen twee jaar verboden worden. In 2008 zorgde de Freedom from Debt Coalition ervoor dat het Filipijnse Congres instemde met een voorstel om de afbetaling voor de twee hierboven genoemde en voor tien andere leningen te staken. Toenmalig president Gloria Arroyo sprak hierover echter haar veto uit en blokkeerde daarmee de uitvoering ervan.

Te rijk voor kwijtschelding

De Filipijnen werden uitgesloten van regelingen voor internationale schuldverlichting omdat ze met een gemiddeld jaarlijks inkomen van 1.900 euro per persoon "te rijk" werden bevonden. Het land wordt gerekend tot de zogenaamde middeninkomenlanden. Zodoende blijft het land gevangen in een schuldenspiraal, waar schuldaflossing overheidsinvesteringen in basisvoorzieningen - als gezondheidszorg, sociale zekerheid, huisvesting en onderwijs -beperkt. Deze cyclus wordt nu nog versterkt door de klimaatverandering, omdat de sterkte van orkanen en de schade die ze veroorzaken toeneemt. Regeringen van rijke landen weigeren nog steeds om aan hun verplichtingen te voldoen om de ontwikkelingslanden te compenseren voor de schadelijke gevolgen van hun uitstoot van broeikasgassen. Terwijl ze hier in 1992 al mee akkoord zijn gegaan via het 'United Nations Framework Convention on Climate Change' (UNFCCC).

6. Climate justice nowKlimaatrechtvaardigheid

"Schuldkwijtschelding is noodzakelijk om de Filipijnse bevolking recht te doen," zegt Ricardo Reyes van de Freedom from Debt Coalition. "Klimaatrechtvaardigheid vereist dat er compensatie wordt verstrekt voor geleden schade en verliezen die het gevolg zijn van klimaatverandering. Deze schadeloosstelling zal de Filipijnen in staat te stellen veerkracht te ontwikkelen om beter met klimaatverandering om te gaan. Wanneer schulden uit de hand lopen, falen om de fundamentele mensenrechten beschermen of voortkomen uit leningen voor onverantwoorde of mislukte projecten – wat allemaal geldt voor de Filipijnen – moeten ze worden kwijtgescholden. En terwijl de klimaatverandering toeneemt, hebben degenen met de grootste bijdrage aan de uitstoot van broeikasgassen de morele plicht om de landen die het meest door de gevolgen ervan getroffen worden, te compenseren. Dit in de vorm van bijdragen, niet leningen."

Samengesteld uit verklaringen van de Freedom from Debt Coalitie, de Jubilee South Beweging en de bijdrage van Tim Jones op de Poverty Matters blog.

Vertaling: Erniël G. de Boer

 

 

]]>
no-spam@tambuli.nl (Evert de Boer) Economie Wed, 29 Jan 2014 13:56:54 +0000