Evert de Boer
Met de betiteling 'terrorisme' dient uiterst zorgvuldig te worden omgegaan. Regeringen kunnen oneigenlijke motieven hebben om hen onwelgevallige organisaties op die manier te criminaliseren. Vooral groepen die zich gewapenderwijs verzetten tegen in hun ogen foute regimes, vallen makkelijk ten prooi aan de benaming terrorist. Dit betekent echter niet dat iedere verzetsbeweging automatisch boven alle kritiek verheven is. Ook voor mooie doelstellingen kunnen afkeurenswaardige middelen worden ingezet. De huidige situatie op de Filipijnen brengt beide kanten aan het licht.
De Minister van buitenlandse zaken, Blas Ople, bestempelde het als een grote overwinning van de Filipijnse regering. De lobbyactiviteiten die hem en zijn delegatie langs zes Europese landen hadden gevoerd, resulteerden erin dat de Europese Unie op 28 oktober het Nieuwe Volksleger (NPA) en de in Nederland verblijvende Jose Maria Sison als terroristisch aanmerkte. Dit gebeurde nadat de Verenigde Staten het NPA, Sison en de Communistische Partij van de Filipijnen (CPP) begin augustus al op de lijst van buitenlandse terroristische organisaties en personen hadden geplaatst, waarna Nederland, Engeland en Canada volgden. Het NPA, de gewapende tak van de CPP, voert een langdurige strijd naar het model van de Chinese revolutie, waarbij de steden vanuit het platteland worden omsingeld. Die revolutie moet leiden tot het gewapenderhand omverwerpen van het huidige politieke en economische systeem. Sison richtte in 1968 de CPP op en ook al geeft hij voor slechts een adviseur te zijn van het Nationaal Democratisch Front (NDF - de koepel van revolutionaire organisaties, waaronder de CPP), op de Filipijnen is het een publiek geheim dat hij sinds eind jaren tachtig weer voorzitter van de communistische partij is. In tegenstelling tot de VS, heeft de Europese Unie de CPP niet genoemd als terroristische organisatie. Reacties van zowel de verzetsbeweging als van militairen op de Filipijnen maken echter duidelijk dat de verklaring van de EU haar uitwerking op de CPP en ook het NDF niet zal missen.
Doodsteek
Leiders van de CPP en het NDF hebben verklaard dat het standpunt van de EU de doodsteek betekent voor de vredesonderhandelingen tussen het NDF en de Filipijnse regering. Het was Sison zelf die de meest boute uitspraken deed. Hij verklaarde dat de stappen van de EU zouden leiden tot verheviging van het gewapende verzet. Dat laat zich volgens hem niet koeioneren door de 'fascistische dictatuur' van Arroyo, die wordt gedirigeerd door de VS. Het verzet is niet bevreesd voor het Amerikaanse imperialisme en haar marionettenregering op de Filipijnen, die verantwoordelijk zijn voor de grootste sociale en economische crisis sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog, aldus Sison. De militairen en de haviken onder de politici, zoals voormalig Marcos-handlanger Ople, waren opgetogen. Volgens de legerleiding wordt het moreel van de soldaten door de uitspraak van de EU opgevijzeld om het verzet harder en effectiever te bestrijden. Ze zijn ervan overtuigd dat de revolutionaire beweging een zware slag is toegebracht nu haar banktegoeden bevroren zullen worden. De fondsen en bevoorradingslijnen zullen opdrogen en dat zal ze dwingen serieus met de regering over vrede te onderhandelen en de gewapende strijd op te geven. Andere politici, onder wie vice-president Teofista Guingona, waren realistischer in hun uitspraken. Ze menen dat het NPA en de CPP niet te scheiden zijn van het NDF en dat door de beslissingen van de VS en EU de vredesonderhandelingen helemaal van de baan zullen zijn. Dat baart hen zorgen en ze vragen zich af waar de militairen het optimisme vandaan halen om te geloven dat ze het NPA spoedig tot overgave kunnen dwingen. Dat is in de jaren zeventig niet gelukt, net zomin als het leger nu in staat is de Abu Sayyaf uit te schakelen. En die heeft maar vijfhonderd strijders tegenover de tienduizend van het NPA, die ook nog eens verspreid zijn over de hele archipel. Het is opvallend dat juist nu van twee kanten wordt benadrukt dat de vredesonderhandelingen in gevaar worden gebracht. Die liggen al sinds juni 2001 stil, nadat het NPA een lid van het parlement- een voormalig generaal- had neergeschoten. Tot die datum werd er, hoe moeizaam ook, tenminste nog gepraat. Een compromis was ver weg, want opeenvolgende regeringen wilden de overgave van het NPA en de CPP meende - en meent - dat er alleen duurzame vrede kan zijn als zijzelf aan de macht komt.
Toename vijandelijkheden
Sinds het NPA en de CPP op de terrorismelijst staan zijn de gewapende vijandelijkheden tussen het regeringsleger en het NPA toegenomen. Daarbij vallen niet alleen slachtoffers aan de kant van de strijdende partijen, ook de burgerbevolking heeft eronder te lijden. Ze ontvluchten hun woonplaats om aan het kruisvuur te ontkomen. In gebieden waar het NPA actief is, worden vaak mensen die in legale maatschappelijke organisaties actief zijn door de militairen aangepakt, ongeacht of ze wel of niet sympathiseren met de guerrilla. Regelmatig voeren militairen en gewapende burgerwachten standrechtelijke executies uit. De Filipijnse regering gaat ervan uit dat de 'terroristische groepen' met militaire middelen op de knieën kunnen worden gedwongen. Met deze zienswijze gaat ze er ook vanuit dat sociale en economische problemen met militaire middelen kunnen worden opgelost. Een dergelijk uitgangspunt moet ten sterkste worden veroordeeld. Het criminaliseert niet alleen het gewapende verzet, maar alle groepen die zich op legale wijze verzetten tegen het huidige politieke systeem. Het hek lijkt daarmee van de dam. Deze aanpak vormt tevens een voorwendsel om niets te doen aan de werkelijke oorzaken van de sociaal-economische problemen. Die komen voort uit het politieke systeem dat vooral gericht is op het in stand houden van een democratie van de elite. De bijna feodale machthebbers verrijken zich steeds meer, waardoor de kloof tussen arm en rijk alsmaar groter wordt. Juist de schrijnende armoede van grote groepen van de bevolking, waaruit geen ontsnapping mogelijk is, leidt tot een toenemende bereidheid om zich aan te sluiten bij het gewapende verzet. De verzetsbeweging op haar beurt speelt in op deze situatie van uitzichtloosheid. Ze houdt de armen voor dat het gewapend verzet de enige weg is naar een rechtvaardiger samenleving. Of dat werkelijk zo is blijft natuurlijk de vraag, maar gezien de situatie waarin de mensen verkeren is het begrijpelijk dat dit even een zorg voor later is.
Definitie terrorisme
In een documentaire die in oktober op de Nederlandse televisie door de IKON werd uitgezonden, bleek dat het internationaal recht geen duidelijk vastgestelde definitie kent van terrorisme. Het is een kwestie van interpretatie om organisaties en personen als terroristisch aan te merken. Dat verklaart ook waarom sommige groepen door het ene land wel als terroristisch worden bestempeld en door andere niet. De documentaire maakte duidelijk dat er nog veel moet gebeuren om internationaal tot sluitende definities en afspraken te komen. Die zijn van belang om te voorkomen dat groepen om politieke en ideologische redenen als terroristisch worden aangemerkt. De leiders van Filipijnse volksorganisaties die in de documentaire werden geïnterviewd behoorden tot de nationaal democratische beweging en zij spraken onomwonden hun steun uit aan Sison. Sison zelf ontweek een vraag over het geweld van het NPA door te wijzen op de gruweldaden van het leger, die een rechtvaardiging zouden zijn voor hun eigen gewelddadige methoden. Duidelijk werd ook dat de aanwezigheid van zogenaamde terroristische groepen op de Filipijnen voor de VS een legitimatie vormt voor de permanente aanwezigheid van een groeiend aantal Amerikaanse troepen in het land. Filipijnse politici gaven aan dat de lijn tussen gewapend verzet en terrorisme soms erg dun is. Helaas werd hier niet verder op ingegaan, zodat de beweegredenen om het NPA en de CPP terroristisch te verklaren buiten beschouwing bleven.
Mensenrechten
Steeds vaker pleegt het NPA economische sabotage. Soms om de regering onder druk te zetten, soms als represaillemaatregelen tegen bedrijven die weigeren met het NPA samen te werken en 'revolutionaire belasting' te betalen. De laatste tijd zijn vooral bedrijven in de telecommunicatie doelwit. Sommige sloten hun deuren om aan de bedreiging van het NPA te ontkomen. In andere bedrijven werden installaties opgeblazen, waarbij mensen omkwamen. De CPP en het NPA hebben hun eigen opvattingen over mensenrechten. In een discussie hierover in het begin van de jaren negentig, verklaarden beide groepen publiekelijk de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens niet te erkennen en als een instrument van de kapitalistische wereld te zien. Het NPA kent maar één straf: de doodstraf. Terwijl er door Amnesty International wereldwijd actie wordt gevoerd voor de afschaffing van de doodstraf op de Filipijnen, wordt die door het NPA onverminderd uitgevoerd. Dit lot kan burgers treffen die als informant voor de militairen werken en bijvoorbeeld de verblijfplaats van verzetstrijders doorgeven. Ondernemers, landheren, maar ook onderwijzers die weigeren met het NPA samen te werken of geen revolutionaire belasting willen betalen, worden hard aangepakt. Regelmatig verschijnen er in de pers berichten over mensen die door het NPA zijn geëxecuteerd. Zo maakte de Philippine Daily Inquirer op 2 november 2002 melding van een demonstratie tegen de praktijken van het NPA in de gemeente Castilla, Sorsogon in Bicol, waar 24 van de 34 dorpen onder controle staan van het NPA. Vijfhonderd mensen grepen de viering van Allerzielen aan om hun ongenoegen te uiten over de executies van het NPA. Volgens woordvoerders van de demonstranten zijn er de laatste tien jaar in Castilla ruim honderd mensen door het NPA omgebracht. De meeste slachtoffers waren burgers die weigerden samen te werken met het NPA. Het gruwelijkst zijn de openbare executies. Een van de meest recente slachtoffers was raadslid Homer Garcia uit het dorp Cumadcad, die geboeid naar het dorpsplein werd gebracht. Nadat het NPA de bevolking bijeen had geroepen werd hij verschillende malen gestoken en vervolgens geëxecuteerd. Het NPA rechtvaardigt dit soort acties met het argument dat het gaat om vijanden van het volk en dat ze met de openbare executies een voorbeeld willen stellen. Zelfs als de aantallen slachtoffers in de pers overdreven zijn, geeft dit voorbeeld al reden tot grote bezorgdheid.
Interne schendingen onder Sison
Bij interne anti-infiltratie campagnes van NPA en CPP zijn in de jaren tachtig veel slachtoffers gevallen. In Mindanao en Luzon zijn veel mensen gemarteld en honderden mensen vermoord. De CPP heeft de schuld op niet zachtzinnige wijze in de schoenen geschoven van een aantal mensen die toen in de leiding van de partij zaten en daarmee gepoogd de CPP van alle blaam te zuiveren. In een recent interview in het Filipijnse weekblad Newsbreak wast Sison zijn handen in onschuld. Hij zegt dat hij in die tijd gevangen zat en niet bij de zaak betrokken was. Uit publicaties, boeken en interviews door slachtoffers die de nachtmerrie hebben overleefd, komt echter naar voren dat Sison wel degelijk betrokken was bij de zuiveringen in Luzon. Sommige bronnen geven aan dat hij er zelfs leiding aan gaf. Dissidenten binnen de CPP werden begin jaren negentig zonder meer uit de partij gezet. Sison duldde geen kritiek op zijn analyses. Het recht op hoor en wederhoor, vastgelegd in de partijbeginselen, bleek een wassen neus. Critici werden bestempeld als antirevolutionairen en vijanden van het volk, waardoor ze door de partij min of meer vogelvrij werden verklaard. Ironisch is dat Sison destijds een lijst met namen van deze 'vijanden' op 10 december, de dag van de rechten van de mens, naar de Filipijnse media faxte. Het weerhoudt Sison er niet van om voor zichzelf een eerlijk proces te eisen. Zo heeft hij rechtszaken aangespannen tegen zijn afwijzing als vluchteling in Nederland en recent tegen het besluit hem als terrrorist aan te merken.
Reflectie
Sison heeft alle recht om een eerlijke procesgang te eisen en het zou een goede zaak zijn als de beslissing van de Nederlandse regering en de EU om hem op de lijst van terroristen te zetten ongegrond zou worden verklaard. De CPP is geen terroristische organisatie, net zomin als het NPA. Het streven naar een één-partij-staat volgens communistisch model mag niet ieders droom zijn, met terrorisme heeft het op zich weinig te maken. Bovendien houden de bewegingen zich bezig met het verbeter van de levensomstandigheden voor boeren en arbeiders, waar niets op tegen kan zijn. Wat niet wegneemt dat ze zich regelmatig bedienen van gewelddadige, terroristische methoden. Zolang ze volharden in deze aanpak lopen ze het risico als terroristisch aangemerkt te worden. Het zou hen sieren als ze zich zouden bezinnen op de te volgen strategie en zich zouden realiseren dat geweld niet automatisch gerechtvaardigd is als het de revolutie maar dient. Het kan niet zo zijn dat beschikken over leven en dood ondergeschikt is aan het bereiken van welk doel dan ook. Een dergelijke opstelling maakt het slechts moeilijker de grens tussen terrorisme en gewapend verzet te definiëren.