donderdag, 11 maart 2010 14:55

Een confrontatie tussen de Hollanders en de Spanjaarden

410 jaar geleden, in 1600, raakt een Hollandse expeditie onder leiding van Olivier van Noort slaags met de Spanjaarden in de Filipijnen. Dit was de eerste in een hele reeks vijandelijkheden tussen de beide landen in Zuidoost-Azië. Hoewel de dreiging voor de Spanjaarden aanzienlijk was, slaagden de Hollanders er nooit in om de Spaanse kolonie te veroveren of te gronde te richten. De aanvallen van de Hollanders hadden echter wel serieuze gevolgen voor de Filipijnse bevolking. Pas in 1648 kwam er een einde aan de confrontaties door de Spaanse erkenning van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Portret-Olivier-van-NoortDe expeditie van Van Noort, bestaande uit vijf schepen en 250 bemanningsleden, was in 1598 op pad gestuurd met als opdracht om eigen routes naar Indië te vinden. Daarnaast dienden ze, indien mogelijk, handelsposten en schepen van aartsvijand Spanje aan te vallen. De Hollandse handelaren in zout en specerijen zagen in Zuidoost-Azië een goed alternatief voor de stilgevallen handel met Portugal. De havens daar waren niet lang daarvoor door de nieuwe heerser over Portugal, de Spaanse koning Filips II, voor de Hollanders gesloten als gevolg van de 80-jarige oorlog. Na een zeer zware reis met diverse stormen, gevechten en deserterende bemanningsleden kwam Olivier van Noort in oktober 1600, bijna twee jaar na zijn vertrek, met de overgebleven schepen de Mauritius en de Eendracht aan in de Filipijnen, waar hij voor anker ging in de Baai van Albay (Bicol).

In eerste instantie deden de Hollanders zich voor als Fransen en wisten op die manier hun voorraden aan te vullen. Nadat de Spanjaarden achter de waarheid kwamen, veranderde de aanpak van Van Noort. Hij liet enkele malen lokale dorpen langs de kust plunderen en besloten werd om de Baai van Manilla te blokkeren om zo arriverende handelsschepen te onderscheppen. De Spanjaarden stuurden daarop twee oorlogsschepen onder leiding van vicegouverneur Antonio de Morga op hen af. Het grootste schip, de San Diego, was een galjoen met 400 man aan boord. De San Diego was gebouwd in de Filipijnen. Voor het zware werk zoals het kappen van het tropisch hardhout in het binnenland en de bouw op de werf waren Filipijnse mannen ingezet. Zij waren daartoe gedwongen middels het toen bestaande corveesysteem. Hierbij waren mannen van bepaalde leeftijden, die zware arbeid aankonden, verplicht hun diensten gedurende een periode van meestal 40 dagen per jaar ter beschikking te stellen. In de zeeslag die volgde zonk dit vlaggenschip van De Morga. Het grootste deel van de opvarenden verdronk.

Tekening van de Mauritius  en de Eendracht in de haven van Rotterdam
De bemanning van de Mauritius met Van Noort aan boord slaagde er in met het zwaar beschadigde schip te vluchten richting Borneo. De Eendracht werd echter veroverd door het andere Spaanse schip de San Bartolome waarna het naar Manilla werd gesleept. De kapitein en andere volwassen overlevenden, die door de Spanjaarden werden beschouwd als piraten, omdat Spanje de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden op dat moment nog niet erkende, werden daar op orders van de gouverneur ter dood gebracht door wurging. De Mauritius kwam op 27 augustus 1601 met 45 man aan in Rotterdam en voltooide daarmee de eerste Hollandse reis rond de wereld.

Tekst: Jeroen Dunnewold

Leave a comment