Gestolen verkiezingen
In november 1985 kondigde Marcos vrij onverwacht aan dat de voor 1987 geplande presidentsverkiezingen naar voren gehaald zouden worden en begin 1986 zouden plaatsvinden.
In deze zogenaamde 'snap elections' nam hij het op tegen (zoals hij haar zelf smalend noemde) de huisvrouw Corazon Aquino, de enorm populaire weduwe van de drie jaar daarvoor vermoorde oppositieleider Ninoy Aquino. Hij was er zo zeker van dat hij zou winnen, dat hij internationale waarnemers bij de verkiezingen toestond en bovendien mocht een onafhankelijke instantie genaamd NAMFREL het tellen van de stemmen controleren. De verkiezingen liepen voor Marcos uit op een ramp. Hoewel hij volgens de kiescommissie met 53% van de stemmen gewonnen had, lieten tellingen van NAMFREL juiste een tegenovergesteld resultaat zien. Bovendien was voor iedereen duidelijk dat hij grootschalige fraude had gepleegd om de verkiezingsoverwinning binnen te kunnen slepen. De machtige Filipijnse bisschoppenconferentie veroordeelde de verkiezingen. Ook de Amerikaanse Senaat nam een soortgelijke resolutie aan. Desondanks wilde hij niet wijken en liet zich de eed afleggen.
Enrile en Ramos trekken steun in
Daarop besloot een groepje legerofficieren in te grijpen. De groep, die zich de Reform the Armed Forces Movement noemde, had al geruime tijd een plan voor een coup klaar liggen. De bedoeling was dat defensieminister Juan Ponce Enrile na het afzetten van Marcos de leiding zou krijgen van de nieuwe revolutionaire regering.
De couppoging vond uiteindelijk op het laatste moment geen doorgang, doordat Marcos er lucht van kreeg. Om arrestatie te voorkomen besloot Enrile daarop, om zich in de vroege ochtend van 22 februari 1986 met het groepje legerofficieren en hun mannen op te sluiten in twee legerkampen aan de Epifanio de los Santos Avenue (EDSA), de rondweg rond Manilla. Ook haalde hij generaal Fidel Ramos over zich bij hen aan te sluiten en belde hij met kardinaal Sin, de populaire aartsbisschop van Manilla voor hulp.
Een menselijk cordon
Na oproepen van Butz Aquino, de jongere broer van Ninoy Aquino, en kardinaal Sin op radio Veritas, een zender van de rooms-katholieke kerk, stroomden duizenden mensen richting EDSA. Gedurende drie dagen groeide het menselijk cordon, dat gevormd werd ter bescherming van de opstandelingen, aan tot vele honderdduizenden mensen. In de voorste geledingen bevonden zich ook vele nonnen, die op hun knieën de rozenkrans biddend, in de eerste periode van de opstand een belangrijke rol speelden bij het tegenhouden van de tanks van het Filipijnse leger.
Gedurende die tijd sloten zich ook steeds meer militaire eenheden aan bij Enrile en Ramos. Langzamerhand keerde het tij ten gunste van de opstandelingen. Op 24 februari deserteerde zelfs een hele helikoptereenheid van de luchtmacht, waardoor de opstandelingen nu de mogelijkheid hadden het leger aan te vallen vanuit de lucht. Marcos verscheen op Channel 4, een door de overheid gecontroleerde televisiezender, om te verklaren dat hij niet van plan was af te treden. Tijdens de uitzending werd de zender echter door opstandelingen veroverd. Villamor Airbase werd aangevallen door de overgelopen helicopterpiloten en ook werd een raket afgevuurd op het paleis van Marcos. De legercommandant Fabian Ver vroeg diezelfde dag toestemming om met geweld in te grijpen. Marcos weigerde echter en gaf hem opdracht niet te schieten op de opstandelingen.
De vlucht van Marcos
Uiteindelijk werd het Marcos op 25 februari duidelijk dat zijn bewind ten einde liep, na een gesprek met de Amerikaanse senator Laxalt. Hij kreeg via hem te verstaan dat het afgelopen was met de steun van Amerika middels de woorden "It's time to cut and cut cleanly". Na overleg met Enrile en de Amerikanen werden Marcos en zijn familie en enkele vertrouwelingen 's avonds laat per helicopter van het presidentiële paleis naar Clark Air Base vervoerd. Vandaar vertrokken ze de volgende ochtend via Guam naar Hawaii, waar Marcos uiteindelijk asiel kreeg aangeboden. In de Filipijnen werd Aquino ondertussen ingezworen als de nieuwe president met als zware taak de enorme problemen, die de ruim 20 jaar durende Marcos dictatuur hadden voortgebracht, op te lossen.
De vergelijking met Egypte
Zowel in Egypte als in de Filipijnen 25 jaar geleden was het dus een grote mensenmassa, die een einde maakte aan het bewind van een langzittende dictator. Net als in Egypte werd de opstand gedragen door mensen uit alle geledingen van de bevolking. Net als in de Filipijnen was ook deze opstand al enige tijd in de maak. Het was in beide gevallen wachten tot alle omstandigheden juist waren voor de vlam in de pan zou slaan. Waren het in Egypte de nieuwe "social media" waardoor de mensen in beweging kwamen. In de Filipijnen waren het oproepen op radio Veritas die dezelfde rol vervulden. En net als 25 jaar geleden moest ook ditmaal Washington besluiten of zij hun steun aan de zittende machthebber zouden intrekken.
In tegenstelling tot senator Laxalt 25 jaar geleden, kreeg de door de Amerikanen gestuurde gezant Frank Wisner in Egypte echter nul op rekest. Waarom verliep de revolutie in de Egypte wel met geweld? En waarom duurde het in
Egypte veel langer voor Mubarak zich gewonnen gaf? Doorslaggevend in dit verband zou wel eens de steun van een groot deel van het Filipijnse leger en dat van de enorm invloedrijke katholieke kerk geweest kunnen zijn. In Egypte grepen militairen niet in bij de demonstraties, maar stelden ze zich tot op het laatst enigszins neutraal op, waarbij ze in ieder geval de indruk wekten loyaal te zijn aan Mubarak. Een heel contrast met de Filipijnen waar gedurende de drie dagen van de opstand een steeds groter wordend deel van het leger zich aansloot bij de demonstranten tot uiteindelijk Marcos de handdoek in de ring moest gooien en zijn opvolger Corazon Aquino geïnstalleerd kon worden. En daarmee is ook direct nog een ander verschil waarneembaar met de situatie in Egypte, waar geen sprake was van een aansprekend oppositiefiguur voor de mogelijke opvolging.
25 jaar na de People Power Revolutie
De herinnering aan de volksopstand van 25 jaar geleden brengt nog altijd veel positief sentiment naar boven. Dat bleek wel na het overlijden van Corazon Aquino in 2009, toen er een beweging ontstond die er uiteindelijk voor zorgde dat haar zoon Noynoy Aquino in 2010 werd gekozen tot nieuwe president. Maar wat heeft People Power de Filipijnen nu daadwerkelijk gebracht? Zijn de onderliggende problemen die ten grondslag lagen aan de volksopstand opgelost en is het gewone volk 25 jaar later beter af dan in 1986? Het antwoord op deze vragen is zonder twijfel negatief. Hoewel het dictatoriale regime van Marcos werd beëindigd en grondrechten als de persvrijheid en vrijheid van organisatie in ere werden hersteld, is het land in feite teruggekeerd naar de situatie van voor de periode-Marcos. De democratie is terug, maar het volk kan slechts kiezen uit kandidaten uit een kleine veelal rijke elite. De sociale en economische ongelijkheid is zeker niet afgenomen en vermoedelijk verder toegenomen. Volgens de laatste armoedestatistieken van de Filipijnse overheid uit 2009, leeft bijna een derde van de Filipijnse bevolking onder het absolute bestaansminimum. Verder tiert de corruptie in het land nog welig en is ook de mensenrechtensituatie tegenwoordig nog steeds problematisch. Zo worden nog regelmatig politieke tegenstanders op nationaal, maar vooral op lokaal niveau om het leven gebracht. Ook is de Filipijnen al jarenlang een van de landen met het hoogste aantal dodelijke slachtoffers onder journalisten ter wereld.
Terug van weggeweest
Verder is frappant dat de Filipijnen er nooit in zijn geslaagd om de familie Marcos en diens vertrouwelingen met succes te vervolgen voor grootschalige corruptiepraktijken. Kort na het afzetten van Marcos werd het bedrag dat hiermee gemoeid zou zijn geschat op 10 miljard Amerikaanse dollars Op enkele kleine succesjes na, is de speciaal daarvoor ingestelde Philippine Presidential Commission on Good Government er nooit in geslaagd dergelijke bedragen te achterhalen. Ook waren veel van zijn vertrouwelingen en familieleden binnen afzienbare tijd weer politiek actief. De laatste verkiezingen waren voor de familie Marcos ook weer bijzonder succesvol. Zijn vrouw Imelda werd voor de tweede maal gekozen in het Huis van Afgevaardigden, dochter Imee is de nieuwe gouverneur van Ilocos Norte, nadat ze in het verleden ook al drie termijnen in het parlement heeft gezeten, en zoon Ferdinand jr. werd bij dezelfde verkiezingen in de Senaat gekozen. Ook is het inmiddels helemaal niet meer ondenkbaar dat Marcos binnen afzienbare tijd zal worden begraven op de begraafplaats voor Filipijnse helden.











De volksrevolutie in Egypte die in februari 2011 een einde maakte aan het bewind van Mubarak doet menigeen terugdenken aan de gebeurtenissen van precies 25 jaar geleden, toen het Filipijnse volk in een soortgelijke opstand een einde maakte aan het dictatoriale bewind van Ferdinand Marcos. In dit artikel een terugblik op de gebeurtenissen van 25 jaar geleden. In hoeverre gaat de vergelijking met de Egyptische revolutie op?
Please wait...