Follow Me on Twitter
woensdag, 23 november 2011 13:47

Chinezen in de Filipijnen: van verbanning tot integratie

02chinezen-in-de-filipijnenLang voor de komst van de Spanjaarden waren de Chinezen aanwezig in de Filipijnen. Tijdens de koloniale periode kregen ze allerlei beperkingen opgelegd. Ze werden ondergebracht in aparte wijken, bekeerd tot het katholicisme en in de achtiende eeuw zelfs uit de Filipijnen verbannen. Desondanks bleef hun aantal groeien en vormden zij en hun gemengde nakomelingen (mestiezen) een belangrijke economische factor. Veertig procent van de Filipino's heeft nu Chinees bloed en de economische macht van de inmiddels geïntegreerde Filipijnse Chinezen is groter dan ooit.

Door Meyke van den Bos en Evert de Boer

De Chinese invloed op de Filipijnse cultuur, maatschappij en economie is een bekend gegeven. De eerste aanwijzingen voor Chinese aanwezigheid in de Filipijnen stammen al uit de tiende eeuw. Er zijn daarnaast veel bewijzen gevonden dat er rond deze tijd op regelmatige basis tussen beide landen heen en weer werd gezeild om handel te drijven. Ondanks deze vroege banden tussen China en de Filipijnen lijkt het er toch op dat de echte invloed van etnische Chinezen op de Filipijnen pas begint tijdens de Spaanse bezetting.

Bekeren tot het katholicisme

2. Chinese piranten werden gevreesdDe aanwezigheid van de Spanjaarden in de Filipijnen trok in de eerste plaats een hoop nieuwe immigranten aan vanuit China. Deze toestroom was zo sterk dat op een bepaald moment het aantal Chinezen in de Filipijnen twintig keer zo groot was dan het aantal Spanjaarden. De Spanjaarden werden gealarmeerd door deze situatie en vreesden een invasie vanuit China zelf, óf voor een door China geleide opstand in hun kolonie. De Chinese piraten, in die tijde in toenemende mate actief in de Filipijnse wateren, deden het gevoel van wantrouwen van de Spanjaarden jegens de Chinezen ook geen goed.

Om het gevaar het hoofd te bieden wilden de Spanjaarden zoveel mogelijk Chinezen bekeren tot het katholicisme. Bekeren stond voor hen gelijk aan loyaliteit aan de Spaanse kroon. Het doel was om de Chinese populatie in de samenleving te integreren. Als beloning kregen de bekeerlingen meer rechten dan hun niet bekeerde landgenoten. Zij hadden meer vrijheid om zich te verplaatsen, mochten zelf het beroep kiezen wat ze wilden uitvoeren, hoefden minder belasting te betalen en mochten trouwen met de autochtone Filipijnse bevolking. Allemaal vrijheden die andere Chinezen moesten ontberen.

Segregatie: de Parian

3. De oude stadswallen van ManillaOndanks het feit dat een aantal Chinezen de weg van de culturele assimilatie volgde, deed het overgrote deel van de Chinese populatie dit niet. Dit leidde in 1583 tot een nieuw Spaans beleid ten opzichte van de Chinezen. In plaats van assimilatie werd er besloten de niet bekeerde Chinezen te segregeren en hen daarmee letterlijk van de rest van de samenleving af te sluiten. Ze deden dat door in de nabijheid van acht grotere plaatsen speciale wijken op te zetten voor deze bevolkingsgroep. Deze wijken werden bekend onder de naam Parian. Omdat de Chinezen er erg beperkt werden in hun bewegingsvrijheid, hadden de bewoners weinig andere keus dan hun bestaan te regelen binnen de grenzen van hun Parian. Dit had als gevolg dat er binnen de verschillende Parians een bloeiende economie ontstond, waarvan de nabij gelegen steden afhankelijk werden. Elke ochtend als de poorten van het ommuurde Manilla opengingen stroomden de bewoners de stad uit om hun inkopen te doen in de Parian, die uitgroeide tot het economische centrum van Manilla. Er was van alles te krijgen en er werden vele ambachten uitgeoefend. Het leidde er zelfs toe dat de naam Parian nu geassocieerd wordt met het woord 'marktplaats'.

Binondo

 

Ondanks deze geslaagde segregatie van de Chinese bevolking waren de Spaanse bezetters nog steeds niet gerustgesteld. Om het gebrek aan loyaliteit op te lossen bedacht een aantal hooggeplaatste Spanjaarden dat het beter zou zijn om alle Chinezen te deporteren. Niet alle Spanjaarden zagen dit echter als een goede oplossing. Een aantal politieke en religieuze leiders vreesden dat door een effectieve deportatie de economie van de kolonie ernstig gevaar zou lopen. Het alternatief dat zij aandroegen was het bouwen van een katholieke Chinese voorstad. Volgens hen zou het bouwen hiervan niet alleen het loyaliteitsprobleem oplossen, maar ook de economie van de kolonie ten goede komen. De Chinese voorstad, die later uitgroeide tot Binondo, werd in 1594 gesticht en is daarmee een van de oudste 'China towns' ter wereld. Binondo leek te voldoen aan de behoefde van de Spanjaarden om loyaliteit van de Chinese bevolking verkrijgen, terwijl het er tegelijkertijd voor zorgde dat de van de Chinezen afhankelijke economie bleef draaien.

De angst van de Spaanse machthebbers voor opstanden bleef echter voortbestaan. Dit uitte zich bijvoorbeeld in het plaatsen van kanonnen op de muren en aan de poorten van de Parian die vlakbij Manilla lag. Deze kanonnen moesten ervoor zorgen dat elke vorm van verzet of opstand tegen de Spanjaarden direct de kop ingedrukt kon worden. Ondanks deze maatregelen lukte het de Spanjaarden niet de Chinezen onder controle te houden. Tussen 1603 en 1762 vonden er in de Parian bij Manilla zes opstanden plaats, die allen bloedig werden neergeslagen. Er vielen in totaal meer dan honderdduizend slachtoffers onder de Chinezen.

Verbanning Chinezen

Tijdens de achttiende en negentiende eeuw veranderde de manier waarop de Chinezen in de Filipijnen behandeld werden en de manier waarop naar hen als groep gekeken werd, aanzienlijk. Deze verandering is vooral te danken aan het diepe wantrouwen dat de Spanjaarden hadden ten opzichte van de Chinese bevolking. Als reactie daarop kozen de Chinezen in de Filipijnen tijdens de zevenjarige oorlog in Europa (1756-1763), waarbij ondermeer Spanje en Groot-Brittannië tegenover elkaar stonden, openlijk de kant van Groot-Brittannië. Bij de strijd om Manilla tussen de Britse Oost Indische Compagnie en de Spanjaarden, en tijdens de Britse bezetting van de stad van 1762 tot 1764, leverde de Chinese gemeenschap zowel arbeiders als gewapende mannen aan de Britten. Nadat de Spanjaarden in 1764 de stad hadden heroverd, werden bijna alle niet katholieke Chinezen door de Spaanse koloniale macht uit de Filipijnen verbannen. Een aantal jaren na de verbanning werd de Parian met de grond gelijk gemaakt om ruimte te maken voor de nieuwe stadswallen van Manilla. De nog resterende bewoners werden ondergebracht in Binondo. Hiermee kwam voor eens en altijd een einde aan het oude systeem van de segregatie van Filipino's en Chinezen aan de ene kant, en de bekeerde Chinezen tegenover de niet bekeerde Chinezen aan de andere kant. Het duurde tot 1839 voordat Chinezen zich weer zonder beperkingen mochten vestigen in de Filipijnen.

Chinese mestiezen

Door de aanpak van de Spanjaarden om de Chinezen te assimileren en hen te bekeren tot het katholicisme trouwden veel Chinezen met Filipijnse vrouwen. Dit kwam vooral door het feit dat praktische alle Chinese immigranten mannen waren en er geen Chinese vrouwen beschikbaar waren.

 

4. De kerk in Binondo, laat 18de eeuw

Binondo werd als parochie toegewezen aan de Dominicanen, die er in korte tijd in slaagden om er een groeiende getrouwde katholieke Chinese gemeenschap van te maken. Niet-katholieken van buiten Binondo werden actief bekeerd, gedoopt en er werd een huwelijk voor hen geregeld. Rond 1600 woonden er circa 500 gemengde gezinnen. In het naburige Santa Cruz werd op de zelfde manier een katholieke Chinese gemeenschap opgezet door de Jezuïeten. Op kleinere schaal ontstonden ook in andere delen van het land dergelijke katholieke Chinese gemeenschappen. Alle nakomelingen uit gemengde huwelijken en van mannelijke Chinese mestiezen vallen onder de noemer van mestiezen. Nakomelingen van vrouwen uit gemengde huwelijken, die trouwden met Filipino's, worden geteld als Filipino maar hebben natuurlijk wel tot in vele generaties Chinees bloed. In het midden van de 18de eeuw waren de mestiezen uitgegroeid tot een aparte etnische groep en kregen een specifiek belastingregime opgelegd door de Spanjaarden. Uit statistieken blijkt dat er in 1810 ruim 120.000 Chinese mestiezen in de Filipijnen woonden, dat was vijf procent van de bevolking. De grootste concentraties bevonden zich nabij Manilla (35.000), in Pampanga (21.000), Bulacan (20.000) en Cavite (7.200) . Kleinere concentraties waren er in Cebu, de Bicol regio, Bataan, Ilocos, Laguna en Pangasinan. Vanwege de beperkte migratie mogelijkheden bedroeg het aantal Chinezen rond die tijd slecht 7000, een populatie die zich tot het eind van die eeuw vertienvoudigde.

 

Grootgrondbezit

Na de verbanning van de Chinezen namen de mestiezen hun posities als handelaren, ondernemers en ambachtslieden over en in de loop van de 18de eeuw hadden ze een belangrijke economische positie verworven. De instroom van nieuwe immigranten uit China en het opheffen van beperkingen voor Chinezen op economische activiteiten waren er de oorzaak van dat de mestiezen hun posities halverwege de 19de eeuw weer verloren aan de nieuwkomers. Vanaf dat moment investereerden ze in land en bouwden grote landerijen op, vooral in Centraal Luzon, in de Visayas en aan de oostkant van Mindanao. Hierbij hadden ze geen concurentie van de Chinezen te duchten, die mochten geen land bezitten. In eerste instanties pachtten ze land van de religieuze ordes en gaven het in kleine stukken in onderpacht aan kleine boeren en landarbeiders. Ze bouwden kapitaal op door het verstrekken van leningen tegen hoge rentes en kochten in toenemede mate grond op. Ook settelden zij zich op niet gecultiveerde grond en eigenden zich die later toe. Een praktijk die sommigen Chinezen later in de 20ste eeuw ook zouden toepassen.

Aan het eind van de 19de eeuw was er een klasse van rijke landbezittende en invloedrijke mestiezen ontstaan. Velen namen Filipijnse namen aan of 'verspaansten of ver-filipiniseerden' hun Chinese achternaam. Zij legden de bases voor een prominente economische en politieke positie in de Filipijnse samenleving voor hun nakomelingen in de 20ste en 21ste eeuw.

De Amerikaanse uitsluitingswetgeving

Nadat de Amerikanen de Filipijnen in 1898 hadden overgenomen van de Spanjaarden, scherpten zij de bestaande discriminerende wetgeving verder aan. De uitsluitingswetgeving die in de VS bestond voor Chinezen werd ook in de Filipijnen ingevoerd, waardoor migratie vanuit China werd verboden. In het begin van de twintigste eeuw, nadat de Amerikanen op bloedige wijze het Filipijnse verzet de kop hadden ingedrukt, ging de handel met China weer floreren. Als gevolg daarvan, en ondanks de uitsluitingswetgeving, nam het aantal Chinezen in de Filipijnen weer sterk toe en verdrievoudigde tussen 1903 en 1909. Net als de Spaanse koloniale machthebbers zagen de Amerikanen de toenemende migratie, die voornamelijk bestond uit familieleden van Chinezen die al in de Filipijnen woonden, door de vingers. Dit kwam mede door de behoefte aan arbeiders en geschoold personeel, waar de Chinese migranten in voorzagen. Bovendien fungeerde een deel van de migranten als tussenpersonen waardoor de handelsrelaties met China verder werden versterkt.

Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kwam er een einde aan de migratie. Voordat de toestroom van Chinezen na de oorlog weer goed op gang kon komen, werden na het aan de macht komen van de communistische partij in 1949, alle banden met China verbroken. Pas nadat dictator Marcos in 1975 de banden met het grote buurland had hersteld kwam de migratie van Chinezen naar de Filipijnen weer op gang.

In de eerste helft van de twintigste eeuw bevond zich onder de migranten een toenemend aantal vrouwen en kinderen. Een tendens die zich na 1975 sterk doorzette.

Van Rizal tot Aquino

Schattingen van het huidige aantal Chinezen in de Filipijnen lopen uiteen van 1,5 tot drie procent van de bevolking (1,4 tot 2,8 miljoen) en van de mestiezen van 12 tot 22 procent. Sommige onderzoekers geven aan dat 40 procent van de bevolking Chinees bloed heeft, inclusief de mestiezen en de Filipijnse Chinezen. Van veel persoonlijkheden, van Jose Rizal tot de huidige president Aquino, is bekend dat ze Chinese voorvaderen hebben.

5.Prominente Filipijnse chinezen - Kardinaal Jaime Sin en president Cory  Aquino-CojuangcoDe meeste Filipijnse Chinezen stammen af van de immigranten uit de eerste helft van de 20ste eeuw en de meesten van hen hebben zich bekeerd tot het katholicisme, maar een aanzienlijk deel is protestant. Tijdens het bewind van Marcos werden de Chinezen massaal genaturaliseerd en verwierven daarmee volledige Filipijnse burgerrechten. Dit heeft vermoedelijk een flinke bijdrage gelevert aan de integratie van de Chinezen in de Filipijnse samenleving. Veel Chinezen voelen zich in de eerste plaats Filipino en worden daarom aangeduid als Filipijnse Chinezen. Deze groep heeft geen enkele intentie om de Filipijnen te verlaten en om terug te keren naar China. Verreweg de meeste van hen zijn bovendien geboren in de Filipijnen. Toch is er de laatste jaren een toenemende groep die hun Chinese identiteit herondekt.

Opmerkelijke integratie

6. Chinese vrijwillige brandweer in CebuDe verregaande integratie van de Chinese minderheid in de Filipijnse maatschappij is opmerkelijk, vooral in vergelijking met andere Zuidoost Aziatische landen en lijkt het gevolg te zijn van een tweetal factoren. De eerste factor is dat de Chinese minderheid in de Filipijnen een etnische vrij homogene groep is. Bijna alle Chinezen in de Filipijnen zijn Han Cinezen en komen uit dezelfde regio (het zuiden van de provincie Fujian) en spreken dezelfde taal. Dit zorgde ervoor dat het gevoel van samenhang binnen de Chinese gemeenschap groot was en tegelijkertijd de noodzaak van etnische instituties (zoals scholen om de taal te leren) weg nam. De tweede factor is dat er binnen de grenzen van de Filipijnen niet één etnisch homogene groep leeft, maar dat er verschillende sterk regionaal verbonden etnische identiteiten zijn. Hierdoor zou men kunnen stellen dat het gemakkelijker was voor de Chinezen om een plek te vinden in de maatschappij dan dat het geweest zou zijn als de Filipijnen had bestaan uit een etnische homogene groep met dezelfde taal en een en dezelfde cultuur. Net als de mestiezen namen ook veel van de Chinese migranten uit de eerste helft van de 20ste eeuw Filipijnse namen aan of 'verspaansten of ver-filipiniseerden' hun Chinese achternaam.

Economische macht

7. Henry Sy, eigenaar SM en de rijkste man in FilipijnenDe helft van de Filipijnse Chinezen woont in Metro Manilla en de rest zit verspreid over de grotere steden in het land. Waar een flink deel van de Chinese mestiezen tot de elite van de grootgrondbezitters behoort, zitten de Filipijnse Chinezen in het zakenleven. Ze vormen de drijvende kracht achter de Filipijnse economie en controleren 50 tot 60 procent van het maatschappelijk kapitaal. In meederheid zijn ze eigenaar van kleine of middelgrote familiebedrijven. Een handvol Chinese zakenlui bestuurt grote bedrijven en behoort tot de meest prominente tycoons van het land. Ze geven leiding aan banken, luchtvaartmaatschappijen, vastgoedbedrijven, handelsmaatschappijen, etc. Vier van de vijf top multimiljardairs van het land, te weten Henry Sy, Lucio Tan, John Gokongwei Jr. en Andrew Tan, zijn van Chinese afkomst.

De mestiezen bezitten grote landerijen en plantages en hebben in de tweede helft van de vorige eeuw in toenemende mate geïnvesteerd in de industrie. Ze behoren tot de machtige politieke elite van het land. De Filipijnse Chinezen stellen zich daarentegen juist terughoudend op ten opzichte van de politiek en zijn meer betrokken bij het ontwikkelen van en investeringen in maatschappelijke zaken als onderwijs en gezondheidzorg voor de Filipijns-Chinese gemeenschap. Hoe de positie van de Filipijnse Chinezen zich in de toekomst zal ontwikkelen, of ze erkend zullen blijven als volwaardig staatsburger, of dat ze opnieuw als etnisch anders zullen worden beschouwd - waar ook angst voor bestaat - is niet duidelijk.

De invloed van de nieuwe Chinese immigranten op het integratieproces is momenteel niet duidelijk. Wel is duidelijk dat de migratie vanuit China naar de Filipijnen niet zal stoppen.

1 Reactie

  • Reactielink Roger Daenekindt maandag, 24 maart 2014 15:06 Geplaatst door Roger Daenekindt

    Dit artikel belicht heel duidelijk de geschiedenis, immigratie en integratie van de Chinezen in de Filipijnse maatschappij.
    De Chinese elite is er in geslaagd om het politieke leven van de Filipijnen mede te bepalen en zo het elitair karakter van de Filipijnen in stand te houden.

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.