| President Arroyo heeft inkomensverschillen vergroot |
|
|
| Economie |
| dinsdag, 13 juli 2010 23:48 |
|
Ter verdediging van de erfenis die ze achterlaat voor de nieuwe regering van Noynoy Aquino verwijst Arroyo naar de constante groei van de Filipijnse economie gedurende bijna een decennium, ondanks internationale crisissen zoals de wereldwijde financiële crisis, het internationale terrorisme en de hoge olieprijzen. Groeicijfers Het is ontegenzeggelijk dat de economie groeide vanaf het moment dat Arroyo in 2001 aantrad als president. Met het hoogtepunt in 2007, toen de economie met 7,1 procent groeide, het hoogste groeicijfer in de afgelopen 30 jaar.Zelfs na de wereldwijde financiële crisis die in 2008 uitbrak, werd in dat jaar nog een groei geregistreerd van 3,8 procent. Ook in 2009 was er geen sprake van economische krimp, er werd zelfs een groei van 1,1 procent gerealiseerd. Tijdens het bewind van president Arroyo daalde de inflatie tot een jaarlijks gemiddelde van circa 5,4 procent. Onder de vorige vier presidenten varieerde de inflatie nog tussen de 6 en 10,4 procent. De bruto nationale reserves stegen, de beurskoersen ging omhoog en de belangrijkste bedrijven registreerden recordwinsten tijdens de regeerperiode van Arroyo. Vlak voor het einde van haar termijn bleek bovendien dat er in het eerste kwartaal van 2010 een onverwacht hoge economische groei was van 7,3 procent. Dat groeipercentage leidde ertoe dat economische planners de verwachte groeicijfers voor 2010 verhoogden naar vijf tot zes procent.
Inkomensverschillen vergroot
Economische problemen
Edgardo Lacson, het hoofd van de werkgeversvereniging in de Filipijnen erkende dat het begrotingstekort het grootste probleem vormt dat de nieuwe president moet oplossen. De tweede uitdaging vormt volgens Lacson het oplossen van de werkeloosheid. "We hebben 10 miljoen Filipino's die werkloos zijn of slechts marginale baantjes vervullen, de informele sector nog niet eens meegerekend." Andere problemen die moeten worden aangepakt, zijn, in de lezing van Lacson, het terugdringen van de energieprijzen, het op peil brengen van de elektriciteitsvoorziening en de economische sectoren naar een peil brengen waarbij ze kunnen concurreren met andere Aziatische landen. Het economische plaatje lijkt daarmee heel wat minder rooskleurig dan dat Gloria Arroyo-Macapagal haar landgenoten wil doen geloven. Bron: Business World Commentaar (0)
![]() Schrijf commentaar
U moet ingelogd zijn om commentaar te geven. Eerst registreren als u nog geen account hebt.
|


Gloria Arroyo Macapagal heeft op 30 juni 2010 afscheid genomen als president en zal de geschiedenis ingaan met de weinig benijdenswaardige reputatie als één van de meest onpopulaire leiders die de Filipijnen ooit hebben gekend. Zelf heeft ze echter herhaaldelijk benadrukt dat ze trots is op de economische prestaties van haar regering.
Het is ontegenzeggelijk dat de economie groeide vanaf het moment dat Arroyo in 2001 aantrad als president. Met het hoogtepunt in 2007, toen de economie met 7,1 procent groeide, het hoogste groeicijfer in de afgelopen 30 jaar.
Econoom Cayetano Paderanga, van de Universiteit van de Filipijnen concludeerde dat het beleid van president Arroyo tot zowel positieve als negatieve resultaten heeft geleid. Hij complementeerde haar met het niet heel erg uit de hand laten lopen van het begrotingstekort, wat grotendeels bereikt werd door het invoeren van belangrijke fiscale hervormingen in 2005. Die hervormingen, zoals de verhoging van de btw, stuitten op massaal verzet in de samenleving. Hij concludeerde echter dat de groei gerealiseerd werd door een beperkt aantal economische sectoren. De belangrijkste daarvan zijn de miljarden dollars die miljoenen Filipijnse migranten jaarlijks overmaken uit het buitenland en de consumptieve uitgaven die daar het gevolg van zijn en de inkomsten van call centers en andere ICT bedrijven.
Tegen deze achtergrond won senator Noynoy Aquino in mei met overmacht de presidentsverkiezingen. Hij voerde vooral campagne met beloften dat hij de corruptie zou uitbannen en de armoede zou bestrijden. Na zijn aantreden beklaagde Aquino zich erover dat hij een reeks economische problemen van zijn voorganger heeft geërfd. Hij noemde specifiek het feit dat hij met een begrotingstekort wordt geconfronteerd van 3,6 procent van het bruto nationaal product (BNP) en dat de regering Arroyo in de eerste zes maanden van het jaar al meer dan 60 procent van de begroting voor 2010 heeft uitgegeven. Dat betekent dat hij voor de tweede helft van het jaar minder dan 40 procent van de begroting over heeft.
